Banco Master, Dias Toffoli en de stille nervositeit richting 2026
Waarom Brazilië meer aandacht verdient dan het krijgt.
🇬🇧 🇧🇷 🇫🇷 🇩🇪 🇪🇸 🌐 → Use your browser’s translation tool
Als iemand mij vraagt wat ik leuk vind als gepensioneerde, dan moet ik het antwoord opsplitsen, want er zijn diverse dingen die mij genoegen verschaffen. Vooraan staat onder meer het volgen van het nieuws, zowel nationaal (in mijn geval Brazilië, als expat) als internationaal. Soms heb ik het gevoel dat Brazilië minder aandacht krijgt dan het verdient. Het nieuws uit de VS wordt gedomineerd door militaire en monetaire macht, culturele export en geopolitieke aanwezigheid, dit alles nu nog aangezwengeld door een president met gekke kuren op alle vlakken, ook in de culturele wereld waar hij veel verontwaardiging oproept. Maar Brazilië?
Niemand kan het ontkennen: het is een agro- en grondstoffenreus, speelt een sleutelrol in voedselzekerheid, klimaatpolitiek en de BRICS, en beschikt over een economie die structureel zó groot is dat men er rekening mee moet houden. Met andere woorden: het maakt wel degelijk een verschil uit door wie het land bestuurd wordt, maar dat krijgt pas aandacht wanneer een crisis opduikt — en die is er nu.
Banco Master en opperrechter Dias Toffoli
De kwestie kwam hier al eens aan bod, maar waarom ligt ze nu zo gevoelig? Omdat Dias Toffoli (foto boven) bij een groepje hoort dat gerust kan worden beschouwd als een van de machtigste van het land: de derde macht, de rechterlijke. Toffoli werd door Lula benoemd in 2009, en wees maar zeker dat niemand dat vergeten is — zeker niet met het verkiezingsjaar 2026 in zicht. Het Supremo Tribunal Federal is bovendien niet alleen juridisch, maar ook politiek normerend. Zelfs de schijn van betrokkenheid is in een verkiezingsjaar explosief. Je hoeft geen veroordeling te hebben; reputatierisico volstaat om het politieke veld te destabiliseren.
Hoewel geen enkele opperrechter echt populair is, geldt Toffoli als bijzonder kwetsbaar omdat hij juridisch lager wordt aangeslagen dan zijn collega’s en daardoor vaak wordt gezien als politiek beïnvloedbaar — een perceptie die extra gewicht kreeg door zijn doorslaggevende rol in gevoelige dossiers zoals Lava Jato, een operatie die een verwoestende impact had op de Braziliaanse linkerzijde.
Het is dus logisch dat Lula zou wensen dat Toffoli opstapt. Dat zou resulteren in schadebeperking, afstand nemen van mogelijke controverses en bescherming van het institutionele verhaal: “Wij zijn anders, wij zijn niet zoals vroeger.” De president, nu in zijn derde ambtstermijn (na de vorige tussen 2003 en 2011), staat nog altijd vooraan in de peilingen, maar zonder het enthousiasme en de hegemonie van zijn eerdere mandaten. Lula is inmiddels 80, en dat speelt zeker mee, ook al doet hij zijn uiterste best om huppelend door het leven te gaan. Dat straalt af op zijn electoraat, dat meer vermoeid dan overtuigd oogt. Tel daarbij een zwakkere economische realiteit, institutionele spanningen en een polarisatie van jewelste, en men begrijpt waarom 2026 volkomen onvoorspelbaar is.
Indien hij er niet in slaagt opnieuw verkozen te worden, kan het buitenlands beleid kantelen, kan de discussie rond het milieu en de Amazone verzwakken en kan de relatie tussen rechterlijke en uitvoerende macht opnieuw verharden, met gevolgen voor internationale investeringen, handelsstromen en de geopolitieke positionering van Latijns-Amerika.
Er is nog geen sprake van een echte crisis, maar ook niet van stabiliteit. Kleine institutionele verschuivingen hebben soms grote gevolgen. Brazilië verdient meer aandacht — vóórdat het misloopt.
Foto: Marcelo Camargo/Agência Brasil


