Brazilië: de graanschuur die stiekem groen wordt
Waarom Braziliaanse boeren sneller verduurzamen dan wij denken en wat een Belgisch bedrijf daarmee te maken heeft.
Nog geen vijftig jaar geleden was Brazilië een land dat voedsel moest importeren om de eigen bevolking te voeden. De grote ommekeer begon in de jaren zeventig. Met de oprichting van Embrapa, een nationaal instituut voor landbouwonderzoek, begon Brazilië zijn eigen koers te varen. In plaats van simpelweg Europese of Amerikaanse methodes te kopiëren, zochten ze naar manieren om de zure, onvruchtbare grond van de centrale hoogvlakte (de Cerrado) geschikt te maken voor grootschalige landbouw.
Het resultaat was verbluffend. Door kalk aan de bodem toe te voegen en nieuwe rassen te ontwikkelen die tegen de hitte konden, veranderde het binnenland in een eindeloze zee van soja, maïs en katoen. Brazilië werd de grootste exporteur van soja ter wereld en een cruciale speler voor de wereldwijde voedselzekerheid. Het land voedt inmiddels ongeveer tien procent van de wereldbevolking.
Dit succesverhaal heeft echter een scherpe rand. De opkomst van de grootschalige landbouw (het ‘agrobusiness’-model) ging hand in hand met een enorme concentratie van landbezit. Kleine boeren werden vaak van hun land verdrongen door enorme bedrijven. Dit leidde tot de oprichting van de MST, de beweging van de landloze boeren. Voor de MST en veel milieuactivisten is de grootschalige landbouw de vijand. Ze wijzen op de ontbossing, het verlies aan biodiversiteit en het massale gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.
Er is een voortdurende politieke strijd gaande: terwijl de machtige ‘ruralistas’ in het congres vechten voor meer ruimte voor de export, eisen sociale bewegingen landhervormingen en een focus op gezonde voeding voor de lokale markt. De regering zit hierbij voortdurend tussen twee vuren. Aan de ene kant hebben ze de miljarden aan exportdollars van de grote bedrijven keihard nodig om de economie overeind te houden, maar aan de andere kant moeten ze de achterban van de landlozen en milieubeschermers te vriend houden. Het is een voortdurende evenwichtsoefening waarbij de belangen lijnrecht tegenover elkaar staan.
Deze Braziliaanse opmars zorgt ook in Europa voor veel onrust, vooral rond het omstreden Mercosul-handelsakkoord. Europese boeren protesteren fel omdat ze vinden dat ze met ongelijke wapens moeten strijden. Zij moeten voldoen aan de strengste milieueisen ter wereld, terwijl ze vrezen dat de markt wordt overspoeld met goedkope Braziliaanse producten die met middelen zijn gekweekt die bij hen al lang verboden zijn. Voor de Europese boer voelt het akkoord als een bedreiging voor het eigen gezinsbedrijf, terwijl de Braziliaanse reuzenbedrijven alleen maar machtiger lijken te worden.
Toch zit er een verrassende draai aan dit verhaal. Juist die grote, commerciële boeren — die vaak door activisten worden verguisd — lopen nu voorop in een groene revolutie van de zogenaamde ‘bio-inputs’. Dat zijn natuurlijke middelen zoals bacteriën, schimmels en nuttige insecten die de rol van chemische gifstoffen overnemen. Waar we in Europa vaak nog praten over de theorie en vastlopen in bureaucratie, passen de Brazilianen dit inmiddels toe op een oppervlakte die vele malen groter is dan heel de Benelux.
Het Belgische bedrijf Biofirst is een van de spelers die deze verandering wereldwijd aanjaagt. Als wereldleider in biologische gewasbescherming levert dit bedrijf de natuurlijke ‘wapens’ waar de landbouw van de toekomst om vraagt. Terwijl het bedrijf vanuit België opereert, is Brazilië voor hen een cruciale groeimarkt geworden. Het laat de vreemde tegenstelling zien: een Belgisch bedrijf is kampioen in groene oplossingen, maar de Braziliaanse boer is vaak degene die ze op de grootste schaal in de praktijk brengt.
Waarom doen ze dat in Brazilië zo massaal? Niet omdat ze plotseling milieuactivisten zijn geworden, maar uit bittere noodzaak. De natuur in Brazilië is zo krachtig dat insecten en schimmels zich razendsnel aanpasten aan de chemische giffen. De boeren merkten dat ze steeds meer en steeds duurder gif moesten spuiten voor steeds minder resultaat. Biologische middelen bleken simpelweg effectiever en op de lange termijn goedkoper.
Het leidt tot een paradoxale situatie. De landlozenbeweging MST promoot al decennia ‘agro-ecologie’ en gifvrije landbouw. Dat is een nobel streven, maar ze hebben soms de neiging om elke vorm van grootschalige landbouw direct af te wijzen als slecht. Ondertussen hebben de grote boeren ontdekt dat diezelfde biologische principes ook op duizenden hectares tegelijk werken.
Terwijl de politieke discussie in de hoofdstad Brasília vaak muurvast zit in een ‘wij-tegen-zij’ tussen de agrobusiness en de sociale bewegingen, groeien de twee werelden op het land ongemerkt naar elkaar toe. De technologie die ooit door idealisten werd gegropageerd, wordt nu de reddingsplank voor de grootste exporteurs van het land. Brazilië laat hiermee zien dat de weg naar duurzaamheid niet altijd via de politiek of via ideologie loopt, maar vaak via de praktijk op het veld. Het land is de graanschuur van de wereld geworden door innovatie, en het is nu diezelfde drang naar vernieuwing die zorgt voor een groenere toekomst, ook al gaat dat met vallen en opstaan.
Foto’s: Tiago Fioreze - Wikimedia Commons / Wilson Dias - Agência Brasil



