Brazilië tussen wereldbrand en recordwinsten
Hoe de oorlog in het Midden-Oosten de real versterkt, maar de politieke spanning aan de pomp opvoert.
Lula is weer terug op Braziliaanse bodem na zijn Europese rondreis langs Spanje, Duitsland en Portugal. Hij bracht nieuwe verdragen mee naar huis, maar moest kort na zijn landing direct door naar het ziekenhuis. Daar onderging de inmiddels 80-jarige president een medische ingreep om een klein letsel op zijn hoofd te laten verwijderen — volgens de artsen een mogelijk begin van huidkanker. De pleister op zijn hoofd herinnert de Braziliaan eraan dat de tijd niet stilstaat, maar de strijdlust van de president is er niet minder om. Tijdens zijn reis kon hij het niet laten om zich weer eens op het gladde ijs van de wereldpolitiek te begeven, met name richting Donald Trump.
Lula presenteerde zich in Europa als een “Pernambucano nervoso”. Voor wie niet bekend is met de Braziliaanse codes: hij doelt op zijn afkomst uit de arme, kurkdroge deelstaat Pernambuco. In de volksmond staat de nordestino bekend als een overlever die niet met zich laat sollen. “Als Trump wist wat een nerveuze noorderling is, zou hij Brazilië nooit bedreigen,” grapte hij. Het is de taal van de straat, vol improvisatie, maar voor zijn tegenstanders is het pure bluf. Zij zien hem eerder als een “politieke dwerg” die ruzie zoekt met een grootmacht terwijl hij zelf de taal niet spreekt en afhankelijk is van vertalers. De langverwachte ontmoeting tussen de twee, die al maanden geleden gepland stond, is tot op de dag van vandaag niet doorgegaan.
De situatie in Brazilië is op dit moment dan ook drieledig. Je hebt de trouwe aanhangers die smullen van Lula’s retoriek over het steunen van Cuba en zijn kritiek op Amerikaanse blokkades. Daartegenover staan de felle tegenstanders die wijzen op de vreemde banden met dubieuze regimes en de diplomatieke rel rond de Amerikaanse agent wiens accreditatie werd ingetrokken na het onderzoek naar de inlichtingendienst onder de vorige regering. En dan is er nog de grootste groep: de Brazilianen die het allemaal niet meer volgen, noch begrijpen. Zij zien een president die over de wereld reist en over Cuba praat, terwijl zijzelf de eindjes aan elkaar moeten knopen door de stijgende kosten van het dagelijks leven. In een land waar een groot deel van de bevolking nauwelijks toegang heeft tot degelijk onderwijs, komt de abstracte wereldpolitiek simpelweg niet binnen. Voor hen telt alleen de prijs van een kilo bonen en een liter benzine.
Want achter deze politieke folklore schuilt een harde economische realiteit die wordt gevoed door de oorlog in het Midden-Oosten. Hoewel de onrust rond Iran ver weg lijkt, bepaalt het direct hoeveel de Braziliaan aan de pomp betaalt. Brazilië bevindt zich in een vreemd spanningsveld: het land is een grote olie-exporteur en haalde in het eerste kwartaal van 2026 zelfs een recordoverschot op de handelsbalans. Toch stijgen de prijzen, simpelweg omdat het land onvoldoende raffinagecapaciteit heeft om zelf genoeg diesel te maken. Ongeveer 20% van de diesel moet duur worden geïmporteerd.
Petrobras, het nationale oliebedrijf, staat hierdoor opnieuw in het middelpunt van de politieke strijd. De regering probeert het bedrijf te dwingen de prijzen laag te houden om de inflatie te beteugelen, maar investeerders vrezen dat dit zal leiden tot wanbeheer en verliezen. Deze stijgende prijzen zijn koren op de molen van de oppositie met de verkiezingen van oktober 2026 op komst. Om een nieuwe staking van vrachtwagenchauffeurs te voorkomen — een groep die het land in een oogwenk kan lamleggen — heeft de regering de federale belastingen op diesel naar nul gebracht. Dat houdt de gemoederen tijdelijk rustig, maar het slaat een enorm gat in de staatskas, waardoor de staatsschuld naar een recordhoogte is gestegen. De kiezer kijkt niet naar de geopolitieke oorzaken in het Midden-Oosten; die kijkt naar zijn eigen portemonnee en vreest voor een scenario zoals in Argentinië, waar de schulden de toekomst van het land verstikken.
Wat de situatie voor sommigen nog verwarrender maakt, is de ongewoon sterke koers van de real. Momenteel schommelt de dollar rond de R$ 4,98. Voor de economie is dat een zegen omdat het de import van goederen en meststoffen, essentieel voor de machtige landbouwsector, goedkoper houdt. Maar voor wie afhankelijk is van buitenlands geld, zoals een pensioen in euro’s, is het een bittere pil. Het bedrag dat uiteindelijk in reais op de rekening verschijnt, is door de wisselkoers flink geslonken, soms wel met meer dan duizend reais per maand.
Voor investeerders zorgt deze situatie voor een dubbel beeld. De rente in Brazilië is met 14,75% extreem hoog. Dat trekt speculatief kapitaal aan dat profiteert van de hoge vergoeding op staatsobligaties, wat de munt weer verder versterkt. Op de vastgoedmarkt hebben kopers die met eigen geld betalen nu een sterke positie, omdat lokale kopers door de hoge leenrente simpelweg niet kunnen kopen. Voor wie bezittingen in Brazilië wil verkopen en het geld naar Europa wil sturen, is dit door de sterke real eveneens een gunstig moment.
De toekomst hangt nauw samen met de afloop van het conflict in het Midden-Oosten. Als de oorlog aansleept, zullen de olie-inkomsten de real waarschijnlijk sterk houden, maar blijft de druk op de binnenlandse prijzen en de politieke stabiliteit groot. Mocht er een vredesakkoord komen en de situatie in Iran normaliseren, dan zal de olieprijs dalen. Dit zou de weg vrijmaken voor een lagere rente en een bredere economische groei, al kan de real dan weer wat aan waarde verliezen ten opzichte van de dollar.
Of het nu gaat om een “nerveuze noorderling” die Trump uitdaagt of om de complexe balans tussen oliewinsten en dure diesel: Brazilië blijft een land waar geopolitieke gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld direct bepalen hoe de vlag er bij de komende verkiezingen bij hangt. De komende maanden zal blijken of de subsidies genoeg zijn om de sociale vrede te bewaren, of dat de rekening van dit alles alsnog bij de stembus wordt gepresenteerd.
Foto: Ricardo Stuckert - PR


