Corruptie in Brazilië: Een onuitroeibaar instituut
De reis van grote sommen geld via koffers, onderbroeken en pensioenen
🇬🇧 🇧🇷 🇫🇷 🇩🇪 🇪🇸 🌐 → Use your browser’s translation tool
Het is een van de weinige zekerheden in het Braziliaanse leven: de zon komt op in het oosten, de koffie is altijd heet, en de creativiteit waarmee publiek geld van eigenaar wisselt, kent geen grenzen. Voor wie dacht dat de grote schoonmaakoperaties van de afgelopen jaren zoals Lava Jato de moraal hadden veranderd, sorry, het systeem is nog steeds springlevend en had inmiddels zelfs de meest kwetsbaren in het vizier.
Ik zal er wel nooit aan wennen vrees ik. Brazilië is niet voor doetjes, welaan, dan ben ik maar een doetje. Toen het mensalão schandaal uitbrak, had ik nog teveel andere dingen aan mijn hoofd om me erin te verdiepen, maar het was wel een treffer van formaat die de geloofwaardigheid van de linkse rakkers aardig in het gedrang bracht. Het werd nog veel erger met het Lava Jato gedoe, maar dat bleek later enigszins opgefokt. Hoe dan ook, het zijn absolute kampioenen op dat vlak en er moet heus geen onderscheid gemaakt worden tussen links of rechts. Ondermeer Eduardo Cunha, de voormalige voorzitter van het Congres, verantwoordelijk voor het opstarten van de impeachment-procedure tegen Dilma Rousseff, is daar een perfect voorbeeld van.
Cunha was toen lid van de centrum-rechtse partij PMDB (nu MDB), maar was zelf ook verwikkeld in het Lava Jato schandaal. Een onderzoek door Braziliaanse en Zwitserse autoriteiten toonde aan dat Cunha en zijn familie ongeveer US$ 5 miljoen hadden op geheime bankrekeningen in Zwitserland die niet waren opgegeven aan de Braziliaanse belastingdienst of parlementaire onderzoekscommissies. In bredere onderzoeken (zoals Lava Jato) werd ook geschat dat hij ongeveer US$ 40 miljoen aan smeergeld en verborgen middelen had ontvangen en verborgen gehouden in buitenlandse rekeningen. En dan komt de vraag: hoe slaagde hij erin om zoveel geld weg te sluizen achter de rug van de Braziliaanse fiscus, gezien de strenge normen van de Braziliaanse Centrale Bank? Daar kom ik nog op terug, in een andere nieuwsbrief. Sinds de invoering van het betaalsysteem Pix is er wel een en ander veranderd. Maar nu even naar de meest recente slachtoffers van het gegrabbel van de heren (helaas ook dames zijn er niet immuun voor) in pak en das.
De Pensioen-illusie en de Syndicale Grabbelton
Het recente schandaal bij het INSS (de nationale instelling voor sociale zekerheid) laat zien dat corruptie in Brazilië niet altijd met koffers vol geld hoeft te gebeuren; soms volstaat een onzichtbaar vinkje in een computersysteem.
Het mechanisme was even briljant als schaamteloos. Diverse instituten, voornamelijk vakbonden, slaagden erin om maandelijkse bijdragen in te houden op de pensioenen van duizenden Brazilianen. Het ging vaak om kleine bedragen, maar de schaal was gigantisch. Ter herinnering: Brazilië is het land van de vakbonden. Er bestaan er maar liefst meer dan 16.000 (ter vergelijking: de meeste ontwikkelde landen hebben er slechts enkele tientallen). Veel van deze “sindicatos” bestaan enkel op papier, als vehikel om publiek geld op te zuigen.
In dit geval werden “bijdragen” ingehouden zonder dat de gepensioneerden — vaak mensen die elke cent moeten omdraaien — daar ooit toestemming voor hadden gegeven. Omdat het om miljoenen slachtoffers ging, zwol de stroom van ingehouden centavos aan tot een tsunami van illegaal verkregen kapitaal. De regering werd uiteindelijk gedwongen om in te grijpen en iedereen de kans te geven om via de INSS-app te controleren of hun magere pensioentje ongewild als sponsor diende voor een schimmige vakbond.
Het parlementaire circus
Zoals de Braziliaanse traditie voorschrijft, werd er een parlementaire onderzoekscommissie (CPI) in het leven geroepen. Maar verwacht geen snelle gerechtigheid. In de wandelgangen van Brasília wordt het onderzoeksteam momenteel vakkundig gemanipuleerd. De oppositie steekt stokken in de wielen, bewijsmateriaal “verdwijnt” in bureaucratische lades en het politieke gebekvecht overschaduwt de feiten.
De vrees is groot dat ook deze affaire zal eindigen “em pizza”, zoals meestal. Voor de niet-Braziliaan: dit is een van de mooiste uitdrukkingen in de nationale politiek. Wanneer een groot schandaal, na veel lawaai en verontwaardiging, uiteindelijk gesmoord wordt in achterkamertjes zonder dat er iemand gestraft wordt, dan “eindigt het in pizza”. Men komt samen, drinkt een glas, pist een plas, eet een pizza en gaat over tot de orde van de dag. De gepensioneerde krijgt misschien het onterecht ingehoude bedrag terug, maar de architecten van de roof blijven wellicht weer eens buiten schot (de pizza werd nog niet opgediend).
Modebewuste corruptie: De ‘cueca-klassieker’
Maar laten we eerlijk zijn: de digitale fraude mist de charme van het ouderwetse handwerk. In de Braziliaanse geschiedenisboeken is er één incident dat de term ‘liquiditeit’ een geheel nieuwe dimensie gaf. Het verhaal van de parlementaire adviseur die op een vliegveld in São Paulo werd staande gehouden in 2005, temidden van het reeds bijzonder ophefmakende schandaal ‘mensalão’, blijft een hoogtepunt in de nationale folklore.
In zijn handkoffer vonden de agenten een respectabel bedrag aan Reais, maar de ware verrassing zat elders. Bij een nadere inspectie bleek de man een “gevoelige” plek te hebben voor vreemde valuta: tienduizenden dollars waren keurig opgeborgen in zijn onderbroek. De verklaringen die volgden waren van een literair niveau waar menig romanschrijver jaloers op zou zijn. Het geld zou afkomstig zijn van de verkoop van fruit — een zeer lucratieve handel, blijkbaar — of bedoeld zijn voor het oprichten van een autoverhuurbedrijf.
Hoewel de rechterlijke molens zestien jaar lang maalden en de directe politieke verantwoordelijke inmiddels een prominente leider is in de Kamer van Afgevaardigden, bleef de uiteindelijke juridische uitkomst zoals een goede Braziliaanse soap betaamt: de hoofdrolspelers liepen vrijuit wegens ‘gebrek aan bewijs’. De dollars zijn verdwenen, maar de herinnering aan de meest dure slip uit de geschiedenis blijft onuitroeibaar. De prominente leider kan het verhaal niet van zich afschudden en blijft regelmatig het voorwerp van spot en kritiek.
Deze incidenten staan niet op zichzelf. Ze maken deel uit van wat we bij Link2Brazil vaak observeren als de schaduwzijde van de ‘jeitinho’. Of het nu gaat om koffers vol bankbiljetten in een appartement in Salvador of het ritselen met pensioengelden; het doel is altijd hetzelfde: de kortste weg naar de rijkdom, dwars door de wet heen.
Voor de buitenlandse toeschouwer is het verleidelijk om te lachen om de absurditeit van dollars in een onderbroek. Maar voor de Braziliaan die zijn INSS-uitkering ziet verdampen in de zakken van een tussenpersoon, is de ironie een stuk bitterder. Corruptie in Brazilië is niet zomaar een misdaad; het is een hardnekkige traditie die zich telkens weer aanpast aan de mode van de dag — of dat nu een koffer is, een app, of een strategisch geplaatste onderbroek.
Het ‘Hondje’ en de Worst: Corruptie als Lokale Sport
Corruptie begint vaak ver weg van de camera’s, in de wandelgangen van middelgrote gemeenten. Ik zag het jaren geleden van dichtbij, bij een toenmalige buurman. Als vertrouweling van de lokale machthebber was zijn taak simpel: naar de hoofdstad trekken om zogenaamde emendas (subsidies) los te weken. Hij kende de weg, hij kende de tussenpersonen en hij wist precies wie hij moest masseren voor die felbegeerde bedragen met vele nulletjes. Slaagde hij in de opdracht (ik heb nooit geweten dat hij er NIET in slaagde), dan kreeg hij uiteraard zijn “deel”.
Het meest fascinerende was zijn houding. Hij was niet beschaamd; hij was trots. Hij deed me denken aan een hondje dat sneller is dan zijn baasje en de worst van tafel grist. Het baasje gromt misschien voor de vorm, maar het hondje loopt kwispelend rond met zijn buit. En als de moraal nog niet ver genoeg gezonken was: toen de echtgenote van de ambtenaar ontdekte dat zijn baas vreemdging, was de ‘oplossing’ snel gevonden. Zodra de baas verkozen werd als federaal afgevaardigde, kreeg zij een baantje als assessor parlamentar. Haar salaris? 7.000 Reais per maand, in een tijd dat het minimumloon op 1.000 Reais lag. Zeven families hadden van haar salaris kunnen leven. Ze had het parlementsgebouw waarschijnlijk nog nooit van buiten gezien, laat staan van binnen, maar de loonstrook kwam elke maand binnen — ongetwijfeld met de nodige rachadinha (het terugsluizen van salaris naar de politicus) in het achterhoofd.
De Basis van de Ladder: 50 Reais voor de Vrijheid
Je kunt deze mensen hun hypocrisie verwijten, maar de rechtvaardiging ligt vaak op straat. Jaren geleden werd ik door de wegenpolitie aan de kant gezet. Een vergeten document — een menselijke fout. Meteen volgde het dreigement: inbeslagname en een astronomische boete. Tot de ogen van de agent op mijn geopende portemonnee vielen. Een briefje van 50 Reais was genoeg om de wet te doen smelten. “Rij maar door,” klonk het, terwijl het briefje razendsnel verdween.
De les? Corruptie begint onderaan de ladder. De redenering is simpel: “Als die hoge pieten in Brasília het met koffers vol geld doen, waarom zou ik mijn schamele loon dan niet aanvullen met deze 50 Reais?” Men krijgt bijna “begrip” voor de agent, uit pure opluchting dat je de bureaucratische nachtmerrie hebt afgekocht.
Voor buitenstaanders is het moeilijk te begrijpen waarom dit een apart artikel verdient. Bestaat corruptie niet overal? Zeker. Maar in Brazilië is ze geen randverschijnsel en geen ideologisch probleem. Ze loopt van links tot rechts, van noord tot zuid, van ministeries tot kleine gemeentehuizen. Ze duikt op in lege appartementen met miljoenen in koffers, maar ook in onderbroeken van raadgevers die nét iets te veel vertrouwen hadden in hun discretie.

Dit stuk gaat niet over één partij of één schandaal. Het gaat over een systeem waarin tijd, connecties en juridische spitsvondigheid betere bescherming bieden dan onschuld. En over een land waar sommigen zelfs trots zijn op wat ze “slim” buitmaken — zoals het hondje dat met zijn staart kwispelt na zijn geslaagde stunt.
Het is géén ideologisch verhaal. Geen links tegen rechts, geen militairen tegen burgers, geen hoofdstad tegen deelstaat. Het gebeurt overal: in Brasília én in het kleinste gemeentehuis, bij progressieven en conservatieven, bij elites en bij lokale machthebbers. Dat maakt het zo vermoeiend: je kan niemand aanwijzen en zeggen “daar zit het probleem”, want dat zit ingebakken in de manier waarop macht, geld en straffeloosheid elkaar hier ontmoeten.
Waarom het zo hardnekkig is? Omdat drie dingen samenkomen: extreme ongelijkheid, een traag en selectief rechtssysteem, en een historische erfenis waarin de staat lange tijd iets was om te omzeilen, niet om te vertrouwen. Corruptie wordt dan geen morele afwijking, maar een overlevingsstrategie voor sommigen — en een businessmodel voor anderen.
Brazilië is geen land zonder wetten (integendeel zelfs), maar een land waar tijd, geld en connecties betere advocaten zijn dan onschuld. En waar men soms niet vraagt of iets correct is, maar of het zal lukken.
Misschien is de grootste tragiek van Brazilië wel zijn eigen onmetelijke rijkdom. In een land waar de bodem goud geeft, de akkers oneindig lijken en de staatskas jaarlijks gevuld wordt met astronomische bedragen, is een gevaarlijke mentaliteit postgevat. Het is de psychologie van de “onuitputtelijke bron”.
Kijk boven naar de tafel waaraan de machthebbers zijn aangeschoven. Daar staat de “Begrotingskoek 2026”. Hij is reusachtig, ziet er heerlijk uit. De politici omringen de tafel, gewapend met de grootste messen die de wet (of het gebrek daaraan) hen toestaat. Terwijl de man aan het hoofd een stuk afsnijdt dat zijn hele bord bedekt, zegt iemand: “Maak je niet druk, er is genoeg voor iedereen.”
Het is een giftige fabel. Men steelt niet uit noodzaak, maar vanuit de illusie dat de koek nooit opraakt en dat niemand die paar kruimels zal missen. Maar terwijl de heren zich lachend tegoed doen aan hun reusachtige porties, staat achteraan de bevolking toe te kijken. Velen van hen zijn Bolsa Família steuntrekkers.
In de wereld van de ‘onderbroek-dollars’ en de pensioenrovers telt alleen de verzadiging van vandaag. De gedachte dat de pot leeg kan raken, of dat de koek eigenlijk toebehoort aan degenen die buiten in de rij staan, wordt weggelachen met een vette mond. Want zolang er nog een kruimel op de schaal ligt, zal er iemand zijn die beweert dat het geen kwaad kan om nog één keer extra op te scheppen. Tot de schaal leeg is, de gasten vertrokken zijn en het volk achter blijft om de afwas te doen.



