De politiek van de modder
Wanneer tragedie een podium wordt voor politieke rivalen.
🇬🇧 🇧🇷 🇫🇷 🇩🇪 🇪🇸 🌐 → Use your browser’s translation tool
Terwijl de modder in Juiz de Fora en de Zona da Mata (Minas Gerais) nog vers is en de zoektocht naar vermisten in volle gang, is er al een tweede ramp gaande: de politisering van het leed. Een rampbezoek door een staatshoofd is in Brazilië altijd een ritueel: de president komt, ziet, maakt een vlucht over het getroffen gebied, spreekt bemoedigende woorden en belooft middelen. Maar in Minas Gerais ontaardde dit recente bezoek in iets dat ver verwijderd was van nationale eenheid. Het werd een politiek duel, nog maar eens.
De president kwam naar Minas Gerais, niet alleen om de schade te inventariseren, maar ook om het narratief te bepalen. Hij schuwde de harde woorden niet en legde de schuld voor de gebrekkige paraatheid bij de lokale en deelstaatsadministratie — een bestuur dat hij als politiek tegenstander beschouwt. De reactie van gouverneur Romeu Zema was fel en direct, waarbij de verwijten over en weer vlogen over wie welk budget waarvoor heeft gebruikt.

Voor de gemiddelde inwoner van Juiz de Fora, die zijn hele hebben en houden in de modder heeft zien verdwijnen, is dit politieke gekibbel een bittere pil. Zij hebben geen boodschap aan het debat over “wie heeft het geld gekregen”, maar aan veilige opvang, structurele hulp en een plan om de volgende ramp te voorkomen. Wanneer leiders de modder als podium gebruiken voor electorale punten, wordt de echte ramp – het verlies van levens en bestaanszekerheid – gereduceerd tot een voetnoot in het partijpolitieke steekspel.
De spanning op het terrein was voelbaar. Filmpjes van de president die tijdens zijn bezoek werd uitgejouwd, gaan viraal. Ze worden door de oppositie gretig gedeeld als bewijs van ontevredenheid, terwijl aanhangers wijzen op de noodzaak van zijn aanwezigheid. Het is een klassiek voorbeeld van de huidige Braziliaanse polarisatie: zelfs bij een natuurramp kijken we niet naar de slachtoffers, maar naar de “score” van de president.
Wat de publieke perceptie bovendien vertroebelt, is de timing. Lula’s recente reis naar Zuid-Korea, waarbij zijn echtgenote Janja opnieuw in de schijnwerpers stond, wordt door critici fel afgezet tegen het lijden in Minas Gerais. Voor velen voelt de luxe van zo’n diplomatieke reis als een teken van afstandelijkheid van een bestuurder die zich op dit moment juist met de voeten in de modder van zijn eigen land zou moeten bevinden. De vergelijking met 2024, toen de overstromingen in Rio Grande do Sul ook gepaard gingen met felle discussies over de urgentie van de federale respons, dringt zich onvermijdelijk op.

Is het beeld van de president in Korea een bewijs van onverschilligheid? Of is de kritiek daarop enkel goedkope populistische retoriek van zijn tegenstanders? Het antwoord is waarschijnlijk minder relevant dan de werkelijkheid: de beeldvorming is inmiddels de werkelijkheid geworden.
Het is betreurenswaardig dat een ramp in Brazilië zelden meer gaat over de slachtoffers. Het gaat over de “ik-was-daar”-foto’s, de “kijk-hoe-fout-zij-zijn”-uitspraken en de “kijk-hoe-duur-hun-reis-was”-verwijten. De tragedie van de modderstromen in Minas Gerais is helaas niet alleen een ecologische of klimatologische ramp, maar ook een symptoom van een politieke cultuur waarin het publieke debat stopt bij het gooien van modder naar elkaar, terwijl de slachtoffers in de kou blijven staan.
Foto’s: Ricardo Stuckert / PR - Gil Leonardo / Imprensa MG
Wie zich abonneert, krijgt nieuwe stukken per mail. Wie dat niet wil, kan alles hier gewoon lezen.



