De prijs van geloof in Brazilië
Hoe kerkleiders macht, geld en wanhoop gebruiken om miljoenen Brazilianen te beïnvloeden — en hoe het imperium van Edir Macedo nu onder druk staat.
Het barst in Brazilië van de kerken. In elke wijk, in elke straat, in elke favela vind je ze: van indrukwekkende kathedralen tot eenvoudige zaaltjes met plastic stoelen en een luidsprekerset. Brazilianen zijn over het algemeen diep gelovig, en ze hebben keuze genoeg om dat geloof vorm te geven. Daar is niets mis mee — integendeel, wie in Brazilië verblijft, merkt al snel hoe sterk geloof verweven is met het dagelijks leven. Zelfs wie zichzelf als atheïst beschouwt, kan niet om de taal van het geloof heen. Uitspraken als “Meu Deus do céu!”, “Deus sabe todas as coisas”, “Se Deus quiser” en “Meu Deus!” klinken overal, als vanzelfsprekend onderdeel van de omgang tussen mensen.
Maar achter deze warme, menselijke religieuze cultuur schuilt een snelle en ingrijpende verandering. De traditionele katholieke meerderheid krimpt, terwijl de evangelisch-protestantse kerken explosief groeien. Volgens officiële cijfers van het Braziliaanse Instituut voor Geografie en Statistiek (IBGE) daalde het aandeel katholieken tussen 2010 en 2022 van 65,1% naar 56,7%. In diezelfde periode steeg het aantal evangelische gelovigen van 21,6% naar 26,9% — ruim 47 miljoen mensen. Recente onafhankelijke peilingen schatten dat dit aandeel inmiddels richting de 31% tot 33% gaat.
De opkomst van deze kerken, vooral de pinkster- en neopentecostale stromingen, is het sterkst in de grote steden en in de sloppenwijken. Daar bieden ze niet alleen religieuze diensten, maar ook sociale steun, praktische hulp en een gevoel van gemeenschap. Ze weten bovendien veel jongeren aan te spreken, terwijl de katholieke kerk een ouder wordende achterban heeft. Regionaal blijft het katholicisme het sterkst in het Noordoosten en Zuiden, terwijl de evangelische groei vooral plaatsvindt in het Noorden en Centraal-Westen.
Volgens sociologen zal deze verschuiving zich de komende jaren voortzetten. Rond 2030 zouden evangelische christenen zelfs in aantal kunnen gelijkkomen met de katholieken. Deze groei heeft ook politieke gevolgen. De evangelische fractie in het parlement is inmiddels een machtige speler die als één blok stemt over morele en maatschappelijke thema’s. Politici hebben hun steun nodig om wetten aangenomen te krijgen. Bovendien beschikken veel grote kerken over eigen media — radio, televisie, internet — waardoor ze een miljoenenpubliek rechtstreeks kunnen beïnvloeden. Voor elke politicus is de evangelische achterban daarom een strategische sleutelgroep.
Maar deze groei heeft ook een schaduwzijde. Het valt niet te ontkennen dat veel zelfbenoemde bisschoppen, dominees en apostelen misbruik maken van het vertrouwen van hun gelovigen. Ze presenteren zich als tussenpersonen tussen mens en God, maar functioneren in de praktijk vaak als een “pedágio” op de “Stairway to Heaven”. Wie wil dat God zijn leven zegent, moet betalen — en niet weinig.
De dízimo: een heilige plicht of een systeem van druk?
De dízimo, de verplichte afdracht van tien procent van het maandinkomen, speelt een centrale rol in veel evangelische kerken, vooral in de neopentecostale beweging. Predikanten baseren zich op teksten uit het Oude Testament, zoals het boek Maleachi, waarin gelovigen worden opgeroepen een tiende deel van hun opbrengst naar de tempel te brengen. In hun theologie is de dízimo geen vrijwillige gift, maar een goddelijke opdracht en een bewijs van trouw.
In de praktijk leidt dit tot een systeem van sociale en psychologische druk. De dízimo wordt gekoppeld aan de zogenaamde welvaartstheologie: wie geeft, zal door God beloond worden met geld, gezondheid en succes. Wie niet geeft, houdt de zegen tegen — of riskeert zelfs ongeluk. Tijdens diensten wordt dit vaak theatraal gebracht, met getuigenissen van mensen die “wonderen” zouden hebben ervaren nadat ze geld gaven. Voor mensen met een krap inkomen creëert dit een pijnlijke situatie: ze voelen zich schuldig als ze niet kunnen bijdragen, bang om buiten de gemeenschap te vallen of Gods gunst te verliezen.
Hoewel de dízimo officieel vrijwillig is, functioneert hij door deze intense prediking en sociale controle in de praktijk als een morele verplichting. En precies hierdoor konden figuren als Valdemiro Santiago, R.R. Soares, het echtpaar Estevam en Sônia Hernandes, Silas Malafaia en Edir Macedo enorme fortuinen opbouwen. Ze leven in huizen die meer op kastelen lijken, bezitten privévliegtuigen, fazendas en miljoenen op bankrekeningen — niet alleen in Brazilië, maar ook in het buitenland. Tegelijkertijd staan hun kerken als monumentale gebouwen in de grote steden, terwijl hun gelovigen vaak in krottenwijken wonen.
Edir Macedo is vandaag een van de machtigste religieuze figuren van Brazilië, maar zijn verhaal begon heel eenvoudig. Hij werd in 1945 geboren in een klein stadje in de staat Rio de Janeiro en groeide op in een katholiek gezin. Als jonge man maakte hij een scherpe wending: hij verliet de katholieke kerk en sloot zich aan bij het evangelische protestantisme. Hij werkte jarenlang als gewone ambtenaar, achter bureaus van staatsinstellingen, tot hij besloot dat zijn toekomst in de religie lag.
In 1977 richtte hij, samen met zijn zwager, een kleine kerk op in een gehuurde ruimte die ooit een funerarium was geweest. Die kerk kreeg de naam Igreja Universal do Reino de Deus, kortweg IURD. Wat begon met een paar plastic stoelen en een handvol mensen, groeide in razend tempo uit tot een religieuze onderneming die zich over heel Brazilië verspreidde. De diensten waren luid, emotioneel en gericht op mensen die het moeilijk hadden: armen, zieken, werklozen, mensen die hoop zochten. De boodschap was eenvoudig en krachtig: wie gelooft, wie gehoorzaamt en wie geld geeft, zal gezegend worden.
Het geven van geld — de dízimo, tien procent van het inkomen — werd voorgesteld als een heilige verplichting. Voor veel mensen betekende dat dat ze een deel van hun toch al schamele loon afstonden. Terwijl de gelovigen in armoede bleven, groeide de kerk uit tot een enorm rijk bedrijf. En aan het hoofd daarvan stond Edir Macedo.
Zijn macht nam nog verder toe toen hij in 1989 een bijna failliete televisiezender kocht: Record TV. Onder zijn leiding werd die zender een van de grootste mediabedrijven van het land. Vanaf dat moment had Macedo niet alleen een kerk, maar ook een stem die dagelijks miljoenen Brazilianen bereikte. Hij gebruikte die macht om zijn kerk te promoten, zijn ideeën te verspreiden en zijn invloed in de politiek te versterken.
Maar achter dat succes schuilde altijd controverse. Macedo werd in de loop der jaren beschuldigd van oplichting, misbruik van vertrouwen, illegale genezingspraktijken en het manipuleren van gelovigen om steeds meer geld te geven. Hij werd gearresteerd, al werden sommige zaken later geseponeerd. Toch bleef hij groeien, rijker en machtiger worden.
In 2014 opende hij het Templo de Salomão (foto boven), een gigantisch religieus complex in São Paulo dat eruitziet als een moderne replica van de Bijbelse Tempel van Salomo. Het gebouw straalt rijkdom en macht uit — een scherp contrast met de armoede van veel van zijn volgelingen.
De stap naar de financiële wereld
In 2020 zette Macedo een nieuwe stap: hij kocht een bank. Het ging om het oude Banco Renner, dat hij omdoopte tot Banco Digimais. De bank verhuisde van het zuiden van Brazilië naar São Paulo en kreeg een nieuwe missie. Volgens mensen die dicht bij hem staan, wilde Macedo via deze bank de financiële stromen van zijn kerk en zijn bedrijven centraliseren.
Maar vanaf het begin ging het mis. De bank kampte met financiële problemen, moest voortdurend geld bijgestort krijgen en probeerde zich overeind te houden door risicovolle investeringen en hoge rentes op spaarproducten. Terwijl de problemen zich opstapelden, probeerde Macedo de bank te verkopen. Eerst aan een zakenman die later zelf in opspraak kwam, daarna aan BTG Pactual, een grote investeringsbank. Maar de verkoop bleef hangen, omdat Digimais niet voldeed aan de voorwaarden en omdat er steeds meer vragen rezen over de werkelijke staat van de bank.
Het nieuws van gisteren: Operatie Miragem
Op 23 juni 2026 viel de Braziliaanse federale politie binnen bij Digimais. Negen huiszoekingen werden uitgevoerd en de rechter gaf toestemming om 670 miljoen reais aan bezittingen te blokkeren. Volgens de politie hadden betrokkenen de financiële rapporten van de bank gemanipuleerd om de werkelijke situatie te verbergen. Ze zouden cijfers hebben aangepast om de indruk te wekken dat de bank gezond was, terwijl dat niet zo was.
Uit het onderzoek blijkt dat Digimais miljarden investeerde in fondsen waarvan de financiële documenten niet eens gecontroleerd konden worden. Sommige van die fondsen stegen op papier met 178% in een paar maanden, zonder dat iemand kon uitleggen hoe dat mogelijk was. De bank boekte daardoor kunstmatige winsten, terwijl ze in werkelijkheid steeds dieper wegzakte.
De situatie werd zo ernstig dat kredietbeoordelaar Fitch de bank niet langer wilde beoordelen — simpelweg omdat er te weinig betrouwbare informatie was. De toekomst van Digimais ligt nu volledig in handen van de Braziliaanse Centrale Bank. Een verkoop lijkt steeds onwaarschijnlijker, en een gedwongen sluiting is niet uitgesloten.
Een terugkerend patroon
Het verhaal van Digimais past in een bredere lijn in het leven van Edir Macedo: een voortdurende combinatie van religieuze macht, financiële ambities en juridische problemen. Terwijl miljoenen Brazilianen hun geld aan zijn kerk geven in de hoop op een beter leven, bouwt hij een imperium dat steeds opnieuw in opspraak komt.
Voor zijn volgelingen blijft hij een geestelijk leider. Voor critici is hij het symbool van hoe religie misbruikt kan worden om macht en rijkdom te vergaren. Maar één ding is duidelijk: het verhaal van Edir Macedo is nog lang niet voorbij, en de gevolgen van de crisis rond Digimais zullen nog jaren voelbaar zijn.
Foto: Wikimedia Commons


