De twee gezichten van de Cidade Maravilhosa
Van vallende borden tot de zesde verdieping: de prijs van exclusiviteit.
Stel dat je aan tien mensen vraagt waar ze het eerst aan denken bij Rio de Janeiro. De kans is groot dat het antwoord “Cristo Redentor” is. Wie de stad een beetje kent, ziet er misschien een tekstballonnetje bij met een uitspraak van Christus: “Mijn linkerhand wijst naar de armen, mijn rechter naar de rijken.” Dat is niet eens zo gek bedacht. Zijn linkerhand wijst naar de noordelijke zone met veel sloppenwijken, terwijl de rechterhand wijst naar de mondaine wereld van Leme, Copacabana, Ipanema en Leblon. Daar is alles te vinden voor wie het zich kan veroorloven. Maar er is veel meer.
Toeristen beperken zich meestal tot de verplichte nummers: het Christusbeeld, de Pão de Açúcar met de bekende lift, en de Sambódromo. Bij die laatste moet je buiten het carnaval vaak je eigen fantasie gebruiken om het spektakel voor te stellen. En natuurlijk zijn er de stranden, waarvan Copacabana wereldberoemd is. Voor wie echter voldoende tijd heeft en een flinke reserve op zijn bankrekening, valt er een heel andere wereld te ontdekken.
Je weet nooit precies wanneer Rio je begint te veranderen. Het gebeurt niet direct bij het uitstappen uit het vliegtuig. Het gebeurt later, wanneer je beseft dat deze stad een voortdurende botsing van werelden is.
Ik herinner me dat ik twee keer werd uitgenodigd bij Marius Degustare, dat extravagante restaurant aan het einde van Leme, waar de Avenida Atlântica ophoudt en de rotswand begint. Ik ging er niet uit vrije wil heen; zakelijke contacten namen me mee. Mensen die het vanzelfsprekend vonden om indruk te maken op een plek waar alles glanst en overloopt van overvloed.
Van buiten leek het bijna onschuldig, een soort piratenhol met lichtjes, alsof een kind met te veel geld een droom mocht bouwen. Maar binnen werd je overspoeld door een wereld zonder remmen. De lucht was zwaar van boter, knoflook en gegrilde vis. Overal glinsterde koper, kristal en spiegels.
Het eten was onmiskenbaar goed. Vlees dat uit elkaar viel en zeevruchten die nog naar de oceaan roken. Maar de decadentie bleef meer hangen dan het eten. Ik herinner me hoe een kelner een bord liet vallen. In elk ander restaurant zou dat een moment van schaamte zijn, maar hier niet. Er verscheen een man die zonder aarzelen een hele stapel borden oppakte en ze met een triomfantelijk gebaar op de grond smeet. Het publiek juichte en klapte. Het was een vooraf gepland spektakel, maar de gasten vonden het prachtig.
De tweede keer maakte ik mee dat de eigenaar, Marius zelf, tussen de tafels met spijkerbroeken begon te leuren. Er was niets bijzonders aan de broeken, behalve het opvallende logo van zijn restaurant. Voor 500 Reais beval hij ze aan. Op een gewone markt kocht je er toen vijf voor die prijs, maar zonder die naam erop. Binnen de kortste keren was hij zijn hele voorraad kwijt.
Ik zat daar en glimlachte omdat het van me verwacht werd, maar diep vanbinnen knaagde er iets. Ik wist wat er achter die heuvel lag, achter de rotswand die Leme scheidt van de favela’s Babilônia en Chapéu Mangueira. Daar wonen mensen die elke dag onderhandelen met honger en angst. Toeristen zien vaak alleen de glans, niet de barsten. Maar Rio hield me die avond een spiegel voor: dit is mijn schoonheid en mijn wreedheid tegelijk. Decadentie in het kwadraat. Twee gezichten van de “Cidade Maravilhosa”.
Vandaag de dag is een avond bij Marius nog steeds een ritueel van overdaad. Het degustatiemenu begint rond de tweehonderd Reais per persoon, maar niemand komt daar met dat bedrag buiten. Met een flesje wijn erbij zit je met z’n tweeën al snel tussen de negenhonderd en twaalfhonderd Reais. Je betaalt er voor het eten, maar vooral voor de theatrale chaos.
Copacabana Palace
Wanneer ik later voor het Copacabana Palace stond — dat witte paleis uit de jaren dertig — voelde ik hetzelfde. Achter die muren gebeurt alles wat de meeste toeristen nooit zullen zien: macht, geld en geheimen. Het hotel trekt nu weer de aandacht door het geplande optreden van Shakira. Net als andere grote sterren verblijft zij in dit hotel met hoofdletters. Voor veel Brazilianen is zij een symbool van Latijns-Amerikaans succes; een “buurvrouw” die de top heeft bereikt. Haar verblijf voelt voor de fans voor de deur meer als een trotse triomftocht dan als het bezoek van een afstandelijke koningin.
Dat was vroeger anders. Klassieke sterren kwamen naar het Palace om de wereld buiten te sluiten of zich te misdragen. Moderne sterren als Shakira gebruiken het vooral als een strategisch hoofdkwartier voor hun “branding”. Een foto op het balkon van het Palace is de ultieme bevestiging van je status.
Het spierwitte gebouw straalt een enorme onschendbaarheid uit. Maar wie denkt dat rijkdom hier alleen om een mooi uitzicht gaat, vergist zich in de hiërarchie achter de marmeren muren. De echte elite trekt zich terug op de zesde verdieping. In deze schaduwwereld hebben gasten hun eigen zwembad en ontmoeten ze geen enkele andere hotelgast. Het fortuin dat ze betalen, dient vooral om onzichtbaar te zijn.
Een fortuin? Jazeker. Voor een standaardkamer betaal je tussen de 3.000 en 5.000 Reais per nacht. De Penthouse Suites op de zesde verdieping kunnen oplopen tot 30.000 Reais per nacht. Voor dat bedrag kun je in grote delen van Brazilië een maand lang een zeer luxe villa huren. Het personeel op die verdieping krijgt zelfs het advies om de gasten niet aan te kijken, tenzij ze zelf worden aangesproken. In het Palace betaal je voor de geschiedenis en de exclusiviteit.
Zelfs voor wie er niet slaapt, is de drempel hoog. Een ontbijt of brunch bij restaurant Pérgula kost al snel 500 Reais per persoon. Een diner bij de Michelin-restaurants Mee of Cipriani loopt voor een groepje vrienden moeiteloos in de duizenden Reais. Voor een kapitaalkrachtige Braziliaan is dit de plek om te laten zien dat hij het gemaakt heeft.
Het verschil met een mooie pousada in bijvoorbeeld Trancoso of Búzios is groot. In een pousada betaal je voor rust en natuur; in het Palace betaal je voor protocol. Terwijl de gemiddelde vakantieganger elders geniet van gastvrijheid voor een eerlijke prijs, geldt in het Palace de logica van de markt niet meer. Een middag aan het zwembad kost er meer dan wat menig Braziliaan in een maand verdient. Geld dient hier om een muur op te trekken tegen de realiteit van alledag.
Het hotel is door de jaren heen veranderd. Van een schuilplaats voor Brigitte Bardot in de jaren zestig naar een zwaarbewaakte vesting voor de Rolling Stones in 2006. Toen de Stones er waren voor hun strandconcert, werd er een speciale brug gebouwd zodat ze geen voet op de Braziliaanse grond hoefden te zetten. Voor hen was het hotel een militaire operatie om twee miljoen mensen op afstand te houden.
Zowel Marius als het Copacabana Palace vallen meestal buiten de route van de gewone toerist. Voor het hotel is de financiële drempel simpelweg te hoog. Marius zou nog kunnen, maar is bij buitenlanders minder bekend. Gidsen hebben vaak ook niet de tijd voor zo’n uitgebreid bezoek. Toch is het een bijzondere ervaring. De combinatie van luxe lekkernijen en theater is niet alleen uniek, het is een levensles voor wie goed oplet en de stad in de juiste context wil plaatsen.
Foto’s: Facebook - Carlos Alkmin/Wikimedia Commons




