Het kind boven de oceaan komt nooit met lege handen
Brazilië staat niet in brand en verdrinkt niet vandaag, maar het geheugen van eerdere rampen en de wereldwijde extremen maken duidelijk dat negeren geen bescherming biedt.
El Niño hoeft geen introductie meer. Wat me wél intrigeert, is hoe mensen het zich voorstellen — welke beelden in hun hoofd opduiken wanneer het ter sprake komt. Zelf zie ik een onschuldig zorgenkind voor me, hoog boven de oceaan, met een rugzak vol problemen die niet van hem zijn. Hij komt deze kant op — in dit geval Brazilië — en zodra hij hier aankomt, laat hij die last op ons neerdalen. Die zorgen zijn door onszelf veroorzaakt. Als er heibel van komt, is het dus eigenlijk onze eigen schuld, hoe graag we het ook op het kind zouden afschuiven.
Wat me telkens treft, is dat dit fenomeen hier nooit echt weg is geweest. Het komt en gaat, soms zacht, soms hard, maar altijd herkenbaar. En toch moest het hoogste gerechtshof onlangs nog eens tussenbeide komen, alsof het een ouder stamhoofd is die een groep volwassenen eraan herinnert dat voorbereiding geen luxe is maar een plicht. In de berichtgeving stond het bijna terloops: “De Braziliaanse overheid en verschillende meteorologische instituten hebben een officiële waarschuwing uitgegeven voor de komst van een uitzonderlijk sterke El Niño.” Waarschuwingen zijn echter niet hetzelfde als handelen, en handelen is precies wat het STF nu probeert af te dwingen.
Ik zeg dit niet als iemand die het land bezit of vertegenwoordigt. Ik ben hier te gast, al vijfentwintig jaar lang, maar wel een gast die genoeg heeft gezien om te weten dat dit land tegelijk brandt en verdrinkt. Die vijfentwintig jaar vormen een soort persoonlijke tijdlijn van natuurgeweld, een reeks beelden die zich niet meer netjes laten ordenen, maar wel blijven hangen. Het begint ergens in het begin van deze eeuw, toen Petrópolis werd getroffen door regen die niet gewoon viel maar neerkwam als een vloed die geen onderscheid maakte tussen straten, huizen en mensenlevens. Honderden slachtoffers, een stad die zichzelf niet meer herkende, en een land dat zei: dit mag nooit meer gebeuren.
Maar het gebeurde opnieuw. Niet op dezelfde plek, niet op dezelfde manier, maar wel met dezelfde verbijstering. In andere jaren waren het de heuvels van Minas Gerais die naar beneden kwamen, alsof de aarde zelf haar evenwicht verloor. Soms was het het zuiden dat onder water verdween, soms het noorden dat in rook opging. Er waren jaren waarin de Amazone brandde alsof het een gigantische waarschuwingsvlam was, en jaren waarin de rivieren zo laag stonden dat boten vastliepen in modder die ooit water was. En ergens tussendoor waren er periodes waarin de hitte zo intens werd dat zelfs de nachten geen verlichting brachten.
Het vreemde is dat al die gebeurtenissen samen een soort geheugen zouden moeten vormen. Een geheugen dat zegt: dit land kent zijn zwakke plekken. Dit land weet wat er gebeurt wanneer de regen te hard valt, wanneer de zon te fel brandt, wanneer de wind te agressief wordt. Maar dat geheugen lijkt telkens opnieuw te worden overschreven door iets anders: verkiezingen. Campagnes. Beloftes. Discussies die meer gaan over wie gelijk heeft dan over wat dringend moet gebeuren.
Terwijl het zuiden zich voorbereidt op regen die niet gewoon valt maar neerkomt als een test van de infrastructuur, brandt het noorden. De Amazone en de Pantanal staan op scherp, klaar om opnieuw in vuur te veranderen zodra de droogte zich vastbijt. Het noordoosten voelt de hitte als een oude vijand die terugkeert. Het centraal-westen ziet de landbouw kreunen onder een zon die geen genade kent. En het zuidoosten, met zijn heuvels en dichtbevolkte steden, leeft met de angst dat regen niet alleen water brengt maar ook aarde die in beweging komt.
Het is een land dat twee extremen tegelijk moet begrijpen, terwijl de politiek vaak maar één ding tegelijk lijkt te kunnen: campagne voeren. De kieswedloop heeft zijn eigen ritme, zijn eigen logica, zijn eigen prioriteiten. Maar de natuur wacht niet tot de verkiezingen voorbij zijn. Ze houdt geen rekening met debatten, coalities of televisiespots. Ze komt wanneer ze komt, en dit jaar komt ze hard.
Wat El Niño precies doet, is al lang bekend. Hij warmt het zeewater op, verstoort luchtstromen, verschuift patronen. Maar wat hij tegenwoordig veroorzaakt, is niet meer hetzelfde als vroeger. Klimaatverandering heeft de basistemperatuur verhoogd, waardoor elke afwijking extremer wordt. Regen verandert sneller in overstroming, droogte sneller in brand, hitte sneller in crisis. El Niño bepaalt waar de afwijking plaatsvindt, klimaatverandering bepaalt hoe hard de klap aankomt. Het is een samenwerking waar niemand om heeft gevraagd, maar waar iedereen mee te maken krijgt.
En dan is er nog de vraag waar je in dit land nog veilig bent. Volledige veiligheid bestaat niet meer, maar er zijn plekken waar de extremen minder extreem zijn. Hooggelegen gebieden in Minas Gerais en São Paulo, het binnenland rond Brasília en Goiás — regio’s waar water sneller weg kan, waar modderstromen geen kans krijgen, waar droogte wel voelbaar is maar zelden verwoestend. Maar zelfs daar is veiligheid een kwestie van gradatie, niet van garantie. In een land dat tegelijk brandt en verdrinkt, is geen enkele plek immuun.
Wat me het meest raakt, is dat dit alles niet nieuw is. Het land heeft zichzelf al vijfentwintig jaar gewaarschuwd. De wetenschap heeft gewaarschuwd. De meteorologen hebben gewaarschuwd. De bevolking heeft gewaarschuwd. En nu waarschuwt zelfs het STF, dat benadrukt dat de klimaatcrisis niet meer alleen een kwestie van beleid is, maar een juridisch en onontkoombaar plichtsbesef. Wanneer een rechter dat moet zeggen, weet je dat het menens is.
En toch blijft de vraag hangen wie er dit keer luistert. Wie de rugzak openmaakt voordat hij op ons hoofd valt. Wie de waarschuwing serieus neemt voordat de regen komt, voordat de hitte toeslaat, voordat de brand uitbreekt. El Niño komt sowieso. Dat is het enige dat vaststaat. Wat nog niet vaststaat, is hoe het land — en iedereen die hier woont, tijdelijk of permanent — deze keer zal reageren.
En wie denkt dat dit alles enkel hier gebeurt, hoeft maar even naar de rest van de wereld te kijken. De voorbije maanden en jaren hebben overal dezelfde taal gesproken: hittegolven die steden doen smelten, wateroverlast die hele regio’s verzwelgt, superstormen die grenzen negeren, bosbranden die levens eisen. Onder zulke omstandigheden je rug blijven keren naar het dreigende gevaar is niet alleen kortzichtig, het is ronduit onverantwoordelijk.


