Het STF op een kruispunt
Macht, druk en de groeiende afstand tussen het hof en de samenleving.
Nog maar enkele weken geleden schreef ik over het Supremo Tribunal Federal, het hoogste gerechtshof van Brazilië. Sindsdien zijn de ontwikkelingen zo snel gegaan dat het hof vandaag voelt als een snelkookpan die elk moment kan openbarsten. Het STF is niet alleen een scheidsrechter van wetten, maar in de praktijk ook vaak de scheidsrechter van politieke conflicten — en dat maakt de huidige situatie explosief.
Wat maakt het STF anders dan andere hoge hoven?
(Voor lezers die het Braziliaanse systeem minder goed kennen)
Het STF heeft een uitzonderlijke positie:
- Het is zowel constitutioneel hof als hoogste gerechtshof.
- Het behandelt strafzaken tegen politici, inclusief ministers en parlementsleden.
- Het kan onderzoeken openen, opschorten of naar zich toetrekken.
- Het speelt een directe rol in verkiezingskwesties.
- En het kan via individuele ministers beslissingen nemen met onmiddellijke nationale impact.
In veel landen zijn deze bevoegdheden verdeeld over meerdere instellingen. In Brazilië komen ze samen in één hof — en dat verklaart waarom het STF zo vaak in het middelpunt van politieke stormen staat.
Een land dat het hof wantrouwt én nodig heeft
Een nieuwe peiling van DataFolha, een van de meest betrouwbare instituten van het land, toont opnieuw hoe tegenstrijdig de publieke opinie is:
- 75% vindt dat de rechters van het STF te veel macht hebben.
- 71% gelooft dat het hof essentieel is voor de democratie.
Daarnaast zegt een meerderheid dat het vertrouwen in het hof is afgenomen. De politieke scheidslijnen spelen mee — Bolsonaro-kiezers zijn kritischer — maar opvallend is dat ook 64% van de Lula-kiezers vindt dat de ministers buitensporige macht hebben. De peiling werd uitgevoerd tussen 7 en 9 april, met 2004 respondenten in 137 gemeenten en een foutmarge van 2 procentpunten.
Hoe de situatie escaleerde: een korte tijdlijn
Voor wie de recente ontwikkelingen niet van dag tot dag volgt, helpt een overzicht:
- Maart 2026 – Nieuwe spanningen rond het “nepnieuws”-onderzoek, dat al jaren loopt en steeds meer kritiek krijgt.
- Begin april – De Banco Master-zaak komt in de openbaarheid; minister Toffoli trekt een onderzoek naar zich toe.
- 7–9 april – DataFolha publiceert de peiling die het wantrouwen in het hof blootlegt.
- 10 april – Cármen Lúcia spreekt publiekelijk over de noodzaak van verandering binnen het hof.
- 11–12 april – De president spreekt met minister Alexandre de Moraes over de Banco Master-kwestie.
- Daarna – Moraes haalt de oude ADPF 919 weer boven water, wat een mogelijke delação van bankier Daniel Vorcaro kan bemoeilijken.
- Dagelijks – Nieuwe lekken, verklaringen, interne spanningen en politieke reacties.
Het is deze opeenstapeling die het gevoel van instabiliteit versterkt.
Interne spanningen komen naar buiten
De druk op het hof komt niet alleen van buitenaf. Ook intern worden de barsten zichtbaar. Tijdens een recent seminar zei Cármen Lúcia, het enige vrouwelijke lid van het hof:
“Het Hooggerechtshof kan niet blijven zoals het is, maar het heeft wel pogingen gedaan om te veranderen.”
Ze wees op de overbelasting van het hof en verdedigde de virtuele plenaire vergaderingen als een manier om de achterstand te verminderen — al erkende ze dat er nog veel te verbeteren valt. Haar uitspraken werden breed opgepikt, onder meer door de krant Estadão.
Hoe Brazilianen het zien
Om te illustreren hoe veel Brazilianen over het hof denken, vertaalde ik een reactie van een lezer. Volgens hem is het STF zelf het probleem: de rechters trekken te veel zaken naar zich toe en gedragen zich als de “sheriff” van Brazilië. Hij stelt dat het hof simpelweg meer zaken zou moeten weigeren, omdat het zelf bepaalt waar het zich mee bemoeit. Geen enkele wet kan dat oplossen zolang de instelling die houding behoudt. Als voorbeeld noemt hij de recente kwestie rond Banco Master, waarbij minister Toffoli een onderzoek naar zich toetrok dat volgens hem nooit bij het STF had mogen belanden. Ook het langlopende onderzoek naar “nepnieuws” wordt bekritiseerd: volgens de lezer is het een oneindig proces waarin één minister tegelijk slachtoffer, onderzoeker, politie en rechter is. Tot slot richt hij zich tot Cármen Lúcia en verwijt haar dat zij in het verleden censuur verdedigde.
Nieuwe feiten, nieuwe spanningen
Dagelijks komen er nieuwe elementen bij die het gevoel van instabiliteit vergroten. Zelfs de president mengde zich in de kwestie en sprak met minister Alexandre de Moraes, die genoemd wordt in de zaak Banco Master. Diens echtgenote zou via haar advocatenkantoor miljoenen hebben ontvangen. Tegelijkertijd overweegt Daniel Vorcaro, de betrokken bankier die momenteel vastzit, een delação die mogelijk hooggeplaatste figuren in Brasília kan raken — inclusief magistraten. Precies op dat moment haalt Moraes de oude ADPF 919 weer boven water, wat een gerechtelijk akkoord zou kunnen bemoeilijken.
In een interview met ICL zei Lula dat hij Moraes had gewaarschuwd:
“Je hebt een historische biografie geschreven met het proces van 8 januari. Laat je eigen biografie niet in het gedrang komen door deze affaire.”
Hij benadrukte dat een individuele minister die zich misdraagt moet boeten, niet het hof als geheel. En hij voegde eraan toe dat wie miljonair wil worden, geen rechter van het STF moet zijn.
Politieke gevolgen
Deze spanningen spelen een belangrijke rol in de aanloop naar de verkiezingen. Lula wil niet opdraaien voor de misstappen van mensen die hij eerder verdedigde — zeker niet van Moraes, die hij beschouwt als een sleutelfiguur in de reactie op de gebeurtenissen van 8 januari 2023.
Een hof dat verdeeld raakt
Ook binnen het STF zelf tekenen zich duidelijke groepen af. De eensgezindheid die het hof traditioneel naar buiten toe probeerde te tonen, brokkelt af.
De kwestie rondom het hof dreigt intussen over te koken zoals melk in een pan: je ziet het borrelen, je ziet de rand naderen, maar niemand lijkt precies te weten wanneer het over de rand zal gaan. De afstand tussen het STF en de samenleving wordt steeds zichtbaarder. De ministers kunnen zich nauwelijks nog in het openbaar vertonen zonder zware beveiliging. Dat is geen normaal leven meer, en het voedt het beeld van een instelling die zich heeft teruggetrokken achter muren, hekken en protocollen.
Voor de meeste Brazilianen bestaan de ministers alleen nog in hun toga’s, in een marmeren zaal die ver afstaat van het dagelijks leven. Wanneer ze aanschuiven voor een zitting, staan er dienaars klaar om hun stoel onder hen te schuiven — een ritueel dat bijna symbolisch is voor de afstand tussen het hof en het volk. Buiten die zaal reizen ze de wereld rond, geven lezingen, worden ontvangen als eregasten. Het zijn geen rechters meer in de klassieke zin van het woord, maar publieke figuren die zich bewegen als beroemdheden: even verschijnen, even wenken, en dan weer verdwijnen achter een cordon van veiligheid.
Die afstand is niet alleen het gevolg van de omstandigheden; ze is ook door het hof zelf gecreëerd. En precies daar wringt het: een instelling die zo’n centrale rol speelt in het politieke en institutionele leven van het land, kan zich niet veroorloven om onbereikbaar te worden. Wanneer een hof tegelijk machtig, omstreden en afgeschermd is, ontstaat er een vacuüm waarin wantrouwen groeit.
Wat er op het spel staat, is dus meer dan een reeks juridische of politieke kwesties. Het gaat om de vraag hoe een democratie omgaat met een instelling die tegelijk onmisbaar en kwetsbaar is. Het gaat om het herstel van vertrouwen, om het hertekenen van grenzen, en om het vermogen van het land om een evenwicht te vinden tussen controle, verantwoordelijkheid en legitimiteit. Of dat lukt, hangt niet alleen af van wetten of hervormingen, maar ook van de bereidheid van het hof zelf om weer dichter bij de samenleving te komen.


