Hoe oud is té oud om een land te leiden?
Waarom samenlevingen moeten nadenken over leiderschap op hoge leeftijd.
🇬🇧 🇧🇷 🇫🇷 🇩🇪 🇪🇸 🌐 → Use your browser’s translation tool
Een mensenleven bestaat grofweg uit twee delen: een tijd van komen, en een tijd van gaan. Het eerste deel duurt meestal langer dan het tweede. Maar het tweede deel stuit op weerstand. Het kostte decennia om alles te leren, en je kunt het allemaal verliezen in enkele weken, maanden, of enkele jaren voor een kleine, maar groeiende groep.
Ouder worden is een proces dat iedereen treft, maar niet iedereen op dezelfde manier. Voor veel mensen betekent pensionering een bevrijding: eindelijk tijd, eindelijk rust. Voor anderen is het een schok. Het wegvallen van werk is niet alleen het einde van een professionele routine, maar ook van een rol, een identiteit, een plaats in het grotere geheel. Het gevoel “niet meer nodig te zijn” is geen detail, maar een existentiële ervaring die diep kan snijden.
Dat was ook zo voor mij. Ondanks een actief leven, ondanks het feit dat ik bewust langer ben blijven werken dan strikt noodzakelijk, kwam dat moment toch. Ik vond nieuwe bezigheden, nieuwe manieren om betekenis te geven aan mijn dagen — schrijven, wandelen, koken, mijn website nieuw leven inblazen. Het helpt, en het houdt me scherp. Maar het besef blijft: ouder worden vraagt om aanpassing, om nederigheid, het vermogen om plaats te maken.
En precies daar begint een vraag die me al langer bezighoudt. Want als gewone burgers al worstelen met het loslaten van hun rol, hoe moet dat dan zijn voor mensen die decennialang aan de top van de macht hebben gestaan? Voor leiders van landen, voor wie elke dag draait om invloed, zichtbaarheid, beslissingen en verantwoordelijkheid op wereldschaal?
In verschillende landen zien we politieke leiders op zeer hoge leeftijd die actief blijven in functies die extreme mentale scherpte vereisen. Dat is geen oordeel over individuen, maar een vaststelling van een patroon. En dat patroon wordt zichtbaar in publieke optredens, toespraken en interviews, waar soms uitspraken worden gedaan die vragen oproepen over helderheid, context of beoordelingsvermogen. Zulke uitspraken worden vervolgens massaal gedeeld op sociale media — vaak zonder enige nuance, zonder achtergrond, zonder de omstandigheden waarin ze zijn gedaan. Een enkele zin, losgerukt uit zijn context, wordt dan een wapen, een meme, een karikatuur. En precies daarom vraag ik me af of samenlevingen niet alleen beschermd moeten worden tegen de risico’s van leiders op zeer hoge leeftijd, maar of zulke leiders ook niet tegen zichzelf beschermd moeten worden.
Om te illustreren hoe kwetsbaar leiderschap op hoge leeftijd kan worden in een tijdperk van permanente media-aandacht, volgen hier enkele uitspraken die nationaal en internationaal stof deden opwaaien. Niet om personen te ridiculiseren, maar om het patroon zichtbaar te maken.
“Jullie zijn de eerlijke mensen die willen dat ik eerlijk ben.” (Lula: een ‘ato falho’ of Freudiaanse verspreking waarbij hij onbedoeld suggereerde dat hij nog eerlijk moet worden).
“Nikki Haley was verantwoordelijk voor de beveiliging van het Capitool... we boden haar 10.000 soldaten aan, ze weigerde.” (Donald Trump tijdens een rally in New Hampshire, januari 2024. Hij verwarde zijn toenmalige rivale Nikki Haley met de Democratische voorzitter Nancy Pelosi)
“De Chinezen eten honden en hebben niet het probleem van de Brazilianen die te veel geld uitgeven aan hun huisdieren.” (Lula: een recente uitspraak die zowel cultureel ongepast als politiek onhandig was gezien zijn eigen levensstijl).
“Waar is Jackie? Is ze hier? Ik dacht dat ze hier zou zijn.” (Joe Biden: hij vroeg naar een overleden congreslid tijdens een conferentie waar zij juist herdacht werd).
“Ze hebben nooit een verf gevonden die op goud lijkt. Als je het verft, ziet het er niet goed uit... ik overweeg om de hoeken met bladgoud te doen.” (Donald Trump: een onverwachte zijsprong over de inrichting van het Witte Huis tijdens een serieuze briefing).
“Ik wil mijn dankbaarheid uitspreken aan het Afrikaanse continent voor alles wat gedurende 350 jaar slavernij is geproduceerd.” (Lula, op de terugweg van een top tussen de Europese Unie en de CELAC in Brussel. Hij maakte een tussenstop in Kaapverdië om de diplomatieke banden met Afrikaanse landen aan te halen).
“Vandaag kregen we het nieuws dat na een voetbalwedstrijd het geweld tegen vrouwen toeneemt. Dat is ongelooflijk. Als de man een Corintiano is, dan is het oké.” (Lula: hij probeerde een informele, bijna kameraadschappelijke sfeer te creëren door een grap te maken over zijn favoriete voetbalclub. Het was een poging tot zelfspot - omdat hij zelf een “Corintiano” is -, bedoeld om de zware materie even te verluchten voordat hij de ernst van de zaak weer zou benadrukken).
“Mensen met mentale problemen hebben een losse schroef.” (Lula: deze opmerking over mentale gezondheid - april 2023 - toont een moment aan waarop de president informele taal gebruikt die als kwetsend of ongevoelig wordt ervaren door specifieke groepen in de samenleving).
“Venezuela heeft meer narratieven dan feiten... Het concept van democratie is relatief voor u en voor mij.” (Lula: hij zei dit tijdens een bezoek van de Venezolaanse president Maduro aan Brasília. Hij probeerde hiermee de kritiek op het autoritaire regime van Maduro te minimaliseren door te stellen dat democratie een kwestie van interpretatie is).
De kern ligt dieper dan de uitspraken zelf. Het gaat niet alleen om de vraag of een leider op hoge leeftijd nog de mentale flexibiliteit heeft die het ambt vereist. Het gaat ook om de gevolgen van elke misstap, elk misverstand, elke ongelukkige formulering. In een tijdperk waarin informatie razendsnel circuleert en waarin sociale media elke fout uitvergroten, kan één zin internationale repercussies hebben. Een land leiden is geen symbolische rol. Het is geen stamraad waarin oudere, wijze mannen advies geven vanuit ervaring. Het is een functie waarin beslissingen onmiddellijk impact hebben op miljoenen mensen, op economieën, op veiligheid, soms zelfs op de wereldvrede.
Daarom rijst een ongemakkelijke maar noodzakelijke vraag:
Moeten samenlevingen nadenken over een maximumleeftijd voor functies met extreme verantwoordelijkheid?
Niet om ouderen te diskwalificeren, maar om systemen te beschermen tegen de risico’s die onvermijdelijk toenemen naarmate de jaren vorderen. Sommige instellingen, zoals het Braziliaanse STF, hanteren al zo’n grens. De rechters van dat hof gaan verplicht met pensioen als ze 75 worden. In de politiek bestaat die verplichting niet. In internationale conflicten zien we hoe beslissingen van wereldleiders — ongeacht hun leeftijd — enorme gevolgen kunnen hebben. Wanneer zulke beslissingen worden genomen door leiders op zeer hoge leeftijd, rijst de vraag of systemen voldoende waarborgen bieden.
Macht is verslavend. Het geeft structuur, betekenis, een doel. Voor iemand die zijn hele leven in het centrum van de aandacht heeft gestaan, kan het idee van loslaten ondraaglijk zijn. Maar verantwoordelijkheid vraagt meer dan ervaring alleen. Het vraagt mentale flexibiliteit, reactievermogen, geheugen, helderheid — kwaliteiten die bij iedereen, zonder uitzondering, onder druk komen te staan naarmate de jaren vorderen.
Het is tijd om dat gesprek te voeren — niet vanuit angst, niet vanuit partijdigheid, maar vanuit gezond verstand en zorg voor de toekomst.
Foto’s: AI gegenereerd - Reproductie Instagram



