Leven tussen kampen
Wat de zaak-Marielle onthult over de Braziliaanse polarisatie.
🇬🇧 🇧🇷 🇫🇷 🇩🇪 🇪🇸 🌐 → Use your browser’s translation tool
Het eerste panel van het Hooggerechtshof (STF) begint vandaag met de behandeling van de zaak tegen de verdachten die ervan worden beschuldigd de moord op raadslid Marielle Franco te hebben bevolen. Het (gemeentelijk) raadslid werd op 14 maart 2018 in Rio de Janeiro doodgeschoten, samen met haar chauffeur, Anderson Gomes. Volgens het onderzoek waren de opdrachtgevers van de misdaad de broers Chiquinho en Domingos Brazão en afgevaardigde Rivaldo Barbosa, voormalig hoofd van de civiele politie van Rio de Janeiro. Even uitleggen om wie het hier gaat:
Domingos Brazão is een ervaren politicus uit Rio de Janeiro. Hij was meerdere keren gedeputeerde afgevaardigde in het deelstaatparlement (ALERJ) en bekleedde ook functies binnen staatsinstellingen. Hij maakte jarenlang deel uit van het politieke establishment van Rio en had invloed in dossiers rond grondgebruik en stedelijke ontwikkeling — precies domeinen waar ook milities en vastgoedbelangen actief zijn.
Chiquinho Brazão is zijn broer en was federaal volksvertegenwoordiger (deputado federal) in het Nationaal Congres in Brasília. Hij werd verkozen en oefende dus nationaal politiek mandaat uit op het moment dat hij werd gearresteerd.
Beide broers behoorden tot het rechtse / conservatieve politieke kamp, al is het belangrijk om te zeggen dat het in Rio minder om ideologie gaat dan om lokale machtsnetwerken.

Marielle Franco was uitgesproken links. Ze was gemeenteraadslid voor PSOL, een linkse partij die zich profileert rond mensenrechten, politiegeweld, favela-bewoners en democratische hervorming. Zij stond haaks op de belangen van conservatieve politici, veiligheidsnetwerken en milities die actief zijn in stedelijke ontwikkeling en grondpolitiek. Ze benoemde die belangen expliciet — en dat maakte haar gevaarlijk in een omgeving waar macht liever onzichtbaar blijft.
De opening van het proces, roept bij mij meer op dan alleen verontwaardiging. Ik woonde jaren in Rio, ken de stad, de spanningen, de stiltes, de ongeschreven regels. Voor mij (en vele anderen) voelt haar dood niet als een gewone misdaad, maar als een politieke moord.
Dat zij werd vermoord, midden in een stad waar alles zichtbaar is en tegelijk niets transparant, en dat het zo lang duurde voor er echte vooruitgang kwam in het onderzoek, heeft veel mensen definitief hun vertrouwen ontnomen. Het versterkte het gevoel dat machtigen andere regels volgen, en dat politiek geen debat meer is, maar een strijd. In zo’n klimaat verschuift de grens ongemerkt: woorden worden harder, tegenstanders worden vijanden, en geweld wordt denkbaar.
Wie Brazilië alleen van buitenaf kent, ziet vaak een warm en tolerant land. Wie er langer leeft, merkt hoe broos dat beeld is. Onder de oppervlakte zit een diepe spanning die de voorbije tien à vijftien jaar is geëxplodeerd in extreme polarisatie. Niet alleen tussen politici, maar tussen gewone mensen. Families raken verdeeld, vriendschappen breken, en politieke meningsverschillen ontaarden steeds vaker in scheldpartijen, bedreigingen of zelfs fysiek geweld.
Die polarisatie komt niet uit het niets. Brazilië heeft nooit echt geleerd hoe men fundamenteel oneens kan zijn zonder elkaar te ontmenselijken. Eeuwen van slavernij, gevolgd door autoritaire regimes en een snelle, onvolledige overgang naar democratie, hebben hun sporen nagelaten. Conflicten werden lange tijd onderdrukt, afgekocht of genegeerd. Toen de democratie terugkeerde, werd het verleden niet verwerkt. Men sloeg een bladzijde om zonder het verhaal te lezen.
Toen later miljoenen mensen sociaal en economisch begonnen te stijgen, werd dat door sommigen ervaren als vooruitgang, maar door anderen als verlies. In Brazilië gaat ongelijkheid niet alleen over geld, maar ook over status en waardigheid. Zodra die hiërarchie begon te wankelen, kwam frustratie naar boven. Die frustratie zocht een vijand.
De afzetting van president Dilma Rousseff en de daaropvolgende politieke confrontaties hebben dat proces versneld. Politici werden symbolen, en symbolen roepen emoties op. Figuren als Gleisi Hoffmann en Lindbergh Farias werden voor sommigen het gezicht van alles wat fout liep, terwijl anderen hen bleven verdedigen als slachtoffers van politieke machinaties. Beiden werden al enkele malen publiekelijk aangevallen, en dat gebeurd ook met andere politici, zelfs met rechters van het hoogste gerechtshof die zich niet kunnen ontdoen van de indruk dat zij hun toga te danken hebben aan een president van deze of gene kant. Zo werd politiek steeds minder een debat over ideeën, en steeds meer een strijd tussen kampen.
Sociale media hebben dat vuur niet aangestoken, maar wel aangewakkerd. Ze belonen verontwaardiging en straffen nuance. Veel mensen kiezen vandaag een kant zonder nog precies te weten waarom. Ze herhalen slogans, beelden en beschuldigingen, gevoed door een constante stroom van woede. Pogingen om dat digitale landschap te reguleren worden meteen gezien als censuur, omdat het wantrouwen zo diep zit dat elke ingreep verdacht lijkt.
Het wrange is dat zelfs mensen die zeggen de democratie te verdedigen, vaak zelf onverdraagzaam zijn. Niet omdat ze per se autoritair denken, maar omdat politiek verlies in Brazilië niet voelt als een normale machtswissel. Het voelt als een bedreiging. Wie verliest, vreest vernedering, uitsluiting of vervolging. Denk maar aan de opsluiting van Lula, en nu weer die van Bolsonaro, twee ex-presidenten. In zo’n context wordt de tegenstander geen gesprekspartner meer, maar een dreigend gevaar.
Brazilië is niet verloren, en ook niet “ziek” in absolute zin. Maar het is een land met te veel onafgewerkte hoofdstukken. Slavernij, dictatuur, corruptie en geweld zijn nooit echt verwerkt. Wat vandaag zichtbaar is, is geen ontsporing, maar een late confrontatie. Of die leidt tot volwassenheid of tot verdere radicalisering, zal afhangen van de vraag of Brazilië opnieuw leert dat meningsverschillen niet vernietigend hoeven te zijn — en dat haat misschien makkelijk is, maar dialoog uiteindelijk de enige uitweg blijft.


