Tussen het pluche en de straat: Na de toespraken volgt de rekening
Waarom de ceremoniële pracht van het Congres een rookgordijn is voor de privileges van de macht.

🇬🇧 🇧🇷 🇫🇷 🇩🇪 🇪🇸 🌐 → Use your browser’s translation tool
Slechts één dag. Dat is hoe lang de “pomp and circumstance” van de heropening van het Braziliaanse Congres standhield voordat de maskers afvielen. Na een maand vakantie keerden de volksvertegenwoordigers en de senaat deze week terug. De zaal was getooid met bloemen voor de tafel van de voorzitter en zijn gevolg. Er waren plechtige toespraken, onder meer van de president zelf, vol grote woorden over democratie, vooruitgang en sociale rechtvaardigheid. Maar de eerste echte daad van het nieuwe jaar spreekt een heel andere taal.
Nog geen 24 uur na de heropening werd besloten om de salarissen van de ambtenaren van de Kamer en de Senaat te verhogen. Terwijl miljoenen Brazilianen elke maand moeten rekenen of ze de eindjes wel aan elkaar kunnen knopen, zorgt de politieke kaste in Brasília eerst en vooral voor haar eigen kring.
De Prijs van het Privilege
Om de impact van deze beslissing te begrijpen, moet men naar de verhoudingen kijken. Terwijl het minimumloon in Brazilië — waar miljoenen gezinnen van moeten rondkomen — slechts met enkele tientallen reais per jaar stijgt na verhitte debatten over “fiscale haalbaarheid”, worden deze loonsverhogingen voor de topambtenaren van het Congres met een pennenstreek goedgekeurd.
De bedragen die hiermee gemoeid zijn, lopen in de honderden miljoenen reais op jaarbasis. Met datzelfde geld zou men duizenden nieuwe leraren kunnen aanstellen of honderden vervallen staatsscholen radicaal kunnen renoveren. In plaats daarvan kiest men ervoor om een groep te begunstigen die al tot de top 1% van de Braziliaanse inkomens behoort. De ‘nood’ van een ambtenaar in Brasília om zijn koopkracht op topniveau te houden, weegt blijkbaar zwaarder dan de nood van een kind in het binnenland om te leren lezen in een klaslokaal met een waterdicht dak. Het is de ultieme illustratie van een overheid die niet dient, maar bediend wil worden.
De Kaste en de Kelder
Dit nieuws werpt een wrang licht op terloopse gesprekken die ik soms voer met locals. Wanneer bescheiden mensen mij aanspreken met “Seu André” om te vragen of ze al dan niet naar Santa Catarina moeten verhuizen voor een eerlijke baan, dan zie ik de wanhoop van een bevolking die zich in de steek gelaten voelt. De gebrekkige opvoeding waar ik eerder over schreef, is geen toeval; het is een gevolg van deze prioriteiten.
Hoe kun je een volk vragen om geduld en opoffering, als de eerste handeling van het Congres na het reces het spekken van de eigen bureaucratie is? De miljarden die nu naar deze verhogingen gaan, zijn exact die miljarden waar ik het over had: ze worden onttrokken aan de scholen waar die “radicale verbetering” zo hard nodig is.
De Onverschilligheid van de Macht
In mijn vorige bijdrage haalde ik Dom Pedro II aan, de geleerde vorst die liever leraar was geweest dan keizer. Wat zou hij hebben gedacht van dit schouwspel? Hij zag nationale eenheid in het welzijn van de hele bevolking. De huidige leiders lijken nationale eenheid vooral te zien als de bescherming van hun eigen privileges.

Zolang de Braziliaanse kaste zichzelf ziet als een eiland van luxe in een zee van ongelijkheid, zal Brazilië het “land van de toekomst” blijven – een toekomst die voor de gewone man in de straat steeds verder achter de horizon verdwijnt. De echte kloof loopt niet tussen links en rechts, maar tussen degenen die de rekeningen maken en degenen die ze moeten betalen.

