Tussen nieuws en niet-weten
Waarom zes op de tien Brazilianen een uniek politiek moment misten — en wat die onverschilligheid onthult over het land.
Een bericht in de krant Folha trok mijn aandacht omdat het gaat over nieuws dat... NIET de aandacht trekt van de bevolking. Het artikel meldde dat de Senaat de door Lula voorgedragen kandidaat voor het Hooggerechtshof, Jorge Messias, had afgewezen — een gebeurtenis die historisch is, omdat een presidentiële nominatie voor het STF al meer dan een eeuw niet meer was verworpen. Volgens een Datafolha-peiling wist echter 59% van de Brazilianen niet eens dat dit was gebeurd. Slechts een minderheid voelde zich goed geïnformeerd. Voor wie het volledige verhaal wil kennen: het ging om een openlijke nederlaag voor Lula, waarbij een deel van zijn eigen politieke basis hem liet vallen. Ik schreef daar eerder een uitgebreide analyse over, die hier te lezen is:
En precies dat gegeven — dat een gebeurtenis van dit kaliber ongemerkt voorbijgaat — blijft me verbazen, zelfs na jaren in Brazilië te wonen en dagelijks met mensen om te gaan. Een democratisch sleutelmoment dat in stilte verdween, niet omdat mensen het niet konden weten, maar omdat ze het niet wílden weten, of omdat het hen niets kon schelen. Voor iemand die nieuwsgierig is, die nieuws volgt, die graag begrijpt wat er in een land gebeurt, is dat bijna onbegrijpelijk.
De Datafolha-peiling is representatief genoeg om te zeggen dat dit geen toevallige steekproef is. Het is een spiegel. En die spiegel toont een bevolking die, ondanks haar enorme aanwezigheid op sociale media, ondanks haar bovengemiddeld hoge internetgebruik, ondanks haar constante online-aanwezigheid, opvallend weinig belangstelling heeft voor politiek nieuws dat verder gaat dan slogans, memes of de laatste ruzie tussen bekende figuren. Het lijkt wel alsof er twee lagen bestaan: een massa die zich niet interesseert voor politiek, en een bovenlaag die zich niet interesseert voor die massa — behalve één keer om de vier jaar, wanneer hun stem nodig is.
De vraag is hoe dit zo gegroeid is. De recente geschiedenis van Brazilië biedt een deel van het antwoord. De herinvoering van de democratie in de jaren tachtig bracht hoop, maar ook teleurstellingen. De opeenvolgende corruptieschandalen — van Collor tot Mensalão, van Lava Jato tot de talloze lokale affaires die nooit het nationale nieuws halen — hebben bij veel mensen het gevoel gecreëerd dat “alles toch hetzelfde blijft”. Dat politici komen en gaan, maar dat de problemen blijven. Dat stemmen weinig verandert. Dat het systeem zichzelf beschermt. En wanneer mensen dat geloven, dan haken ze af. Niet uit domheid, maar uit vermoeidheid.
Daarbovenop kwam de polarisatie van de afgelopen tien jaar, die het publieke debat heeft vergiftigd. Families werden verdeeld, vriendschappen gingen kapot, en politiek werd een soort religieus conflict waarin je moest kiezen tussen twee kampen. Voor wie geen zin heeft in ruzie, is de eenvoudigste oplossing: zich terugtrekken. Niet meer volgen. Niet meer discussiëren. Niet meer weten. Onverschilligheid als zelfbescherming.
Er speelt ook iets anders mee: de afhankelijkheid van de overheid, die in sommige regio’s bijna structureel is geworden. Programma’s zoals Bolsa Família hebben miljoenen mensen uit extreme armoede gehaald — en dat is een verdienste die niet mag worden geminimaliseerd. Maar tegelijk heeft het een relatie gecreëerd waarin de staat wordt gezien als een soort vaderfiguur die zorgt, beschermt en beslist. Voor veel mensen is politiek dan geen ruimte van debat of verantwoordelijkheid, maar een verre wereld waar anderen bepalen wat er gebeurt. “Ik kan er toch niets aan doen”, hoor je vaak. En wie gelooft dat hij geen invloed heeft, volgt het nieuws niet meer.
Aan de andere kant groeit ook de zelfredzaamheid van een deel van de bevolking: ondernemers, zelfstandigen, mensen die hun eigen weg zoeken buiten de staat om. Maar ook zij hebben vaak weinig vertrouwen in de politiek. Ze zien de overheid als een hindernis, niet als een partner. Ook zij haken af, maar om andere redenen. Het resultaat is hetzelfde: desinteresse.
En dan is er nog de indruk — soms terecht, soms overdreven — dat de drie machten elk hun eigen koers varen. Dat de regering iets zegt, het Congres iets anders doet, en het Hooggerechtshof weer een andere richting uitgaat. Voor wie niet dagelijks volgt wat er gebeurt, lijkt het een chaotisch geheel. En chaos nodigt niet uit tot betrokkenheid.
Wat dit alles zo paradoxaal maakt, is dat Brazilië een van de landen is met de hoogste internetpenetratie ter wereld. Brazilianen zijn kampioenen in sociale media, in online-communicatie, in het delen van video’s, foto’s, meningen. Maar wanneer het gaat om politieke informatie die verder gaat dan oppervlakkige emoties, lijkt er een muur te staan. Alsof het internet twee werelden bevat: één van entertainment, humor en dagelijkse afleiding, en één van feiten, analyses en context — en dat de meeste mensen alleen in de eerste wereld leven.
Voor nieuwsgierigen — mensen die willen begrijpen, die willen weten, die het nieuws volgen — is dat moeilijk te vatten. Hoe kan je bewust een stem uitbrengen als je niet eens weet wat er gebeurt? Hoe kan je deelnemen aan een democratie als je de spelregels niet kent, de spelers niet volgt, de beslissingen niet begrijpt? En toch is dat precies wat miljoenen Brazilianen doen, verkiezing na verkiezing. Niet omdat ze onverantwoordelijk zijn, maar omdat het systeem hen nooit echt heeft uitgenodigd om mee te doen.
Misschien is dat de kern van het probleem: een democratie die wel stemmen verplicht, maar betrokkenheid niet stimuleert. Een land waar de politiek de mensen nodig heeft, maar de mensen de politiek niet vertrouwen. Een samenleving waarin informatie overvloedig is, maar interesse schaars. En waar nieuwsgierigheid bijna een afwijking lijkt, iets voor een minderheid die zich afvraagt waarom de meerderheid niet ziet wat er op het spel staat.
Foto: Ricardo Stuckert / PR



