Twee first ladies, één verdeeld Brazilië
Michelle’s publieke uitschuiver en Janja’s zichtbaarheid tonen hoe persoonlijke macht en politieke polarisatie elkaar versterken.
Ik volg de Braziliaanse actualiteit al jaren, soms met fascinatie, steeds vaker met een zekere vermoeidheid. Wie de kranten leest, de analyses volgt en zich door de sociale media worstelt, ziet een land dat niet alleen politiek verdeeld is, maar emotioneel uitgeput. De polarisatie is geen abstract begrip meer, het is een dagelijkse realiteit, zichtbaar in elk debat, elke video, elke reactie. En soms gebeurt er iets dat die verdeeldheid bijna tastbaar maakt. De video van Michelle Bolsonaro was zo’n moment.
Het was geen toevallige opname, geen gelekte audio, maar een bewuste boodschap. Michelle, jarenlang het zachte gezicht van het bolsonarisme, de religieuze, glimlachende, verbindende first lady, richtte zich rechtstreeks tot haar volgers om haar beklag te doen over haar eigen stiefzoon, Flávio Bolsonaro. Ze zei dat hij haar negeerde, dat hij haar niet respecteerde, dat hij haar buitensloot. Het was een familieruzie, maar tegelijk een politieke daad. Want Flávio is niet zomaar een zoon; hij is door zijn vader, die onder huisarrest staat, naar voren geschoven als presidentskandidaat. Hij is de erfgenaam van een beweging die zichzelf ziet als een morele kruistocht.
De timing kon nauwelijks slechter. Flávio stond al onder druk door het Banco Master-verhaal, waarin hij volgens berichtgeving om geld zou hebben gevraagd voor een film over zijn vader. Zijn imago van sterke, betrouwbare opvolger begon te rafelen. En dan komt Michelle, de vrouw die na de nederlaag van Jair Bolsonaro een nieuwe rol vond als leidster van de vrouwen binnen de PL, en zet nog eens extra druk op de ketel. Ze moet geweten hebben dat dit hem zou schaden. Ze moet geweten hebben dat rechts Brazilië dit niet zou waarderen. En toch deed ze het.
Wat daarna volgde, was bijna voorspelbaar: sussende verklaringen, zowel uit het kamp van Flávio als uit de omgeving van Michelle. Misverstanden, interne communicatieproblemen, alles wat men gewoonlijk bovenhaalt om een publieke breuk te lijmen. Maar het feit dat er überhaupt twee kampen zijn binnen één familie zegt genoeg. Het bolsonarisme is geen homogeen blok, maar een verzameling persoonlijke ambities, religieuze overtuigingen en strategische berekeningen. Michelle staat daar middenin, zonder verkozen mandaat, maar met een enorme achterban. Dat maakt haar invloed tegelijk begrijpelijk en problematisch.
En precies daar begint mijn persoonlijke ongemak. Ik vind het ontmoedigend om te zien hoe first ladies — vrouwen die niet verkozen zijn, die geen formele functie hebben — zich in het hart van de politieke strijd begeven. Niet omdat ze geen capaciteiten zouden hebben, niet omdat ze geen recht zouden hebben op een politieke stem, maar omdat de rol die ze op dat moment vervullen niet bedoeld is voor politieke macht. Ze staan naast de president, niet in zijn plaats. Ze zijn deel van zijn leven, niet van zijn mandaat. En toch worden ze door hun nabijheid tot het centrum van de macht bijna vanzelf een actor in dat machtsspel.
Bij Janja, Rosângela Lula da Silva, zie je dat op een heel andere manier. Zij is niet bezig met interne familiepolitiek, maar met zichtbaarheid, aanwezigheid, invloed. Ze zit bij internationale ontmoetingen, ze spreekt zich uit over beleid, ze neemt ruimte in die traditioneel niet voor een first lady bedoeld is. Ze was aanwezig bij ontmoetingen met wereldleiders, ze mengde zich in discussies over digitale regulering, ze werd gezien als iemand die Lula niet alleen ondersteunt, maar ook begeleidt, stuurt, soms zelfs corrigeert. Voor haar verdedigers is dat een teken van modernisering: een first lady die niet alleen lintjes doorknipt, maar mee nadenkt, mee praat, mee beslist. Voor haar critici is het een overschrijding van grenzen: iemand zonder verkozen mandaat die zich gedraagt als lid van de regering.
De aanvallen op haar op sociale media zijn bijzonder heftig. Ze worden vaak verpakt in misogynie, klassisme en een afkeer van alles wat met Lula te maken heeft. Maar onder die laag ligt een reële discussie over legitimiteit. Is het normaal dat een first lady een stoel inneemt bij internationale ontmoetingen en handelt als een soort informele minister? Waar eindigt de rol van partner en begint die van politieke actor? En wie heeft haar die ruimte gegeven: Lula, de partij, de traditie, of zijzelf?
In Brazilië bestaat geen formele functieomschrijving voor de first lady. Er is geen wet die zegt wat ze wel of niet mag doen, geen institutioneel kader dat haar taken vastlegt. Alles gebeurt op basis van gewoonte, van wat eerdere first ladies deden, van wat de president toelaat. Dat maakt de rol elastisch, maar ook kwetsbaar. Wanneer iemand als Janja die ruimte maximaal benut, ontstaat er frictie. Wanneer iemand als Michelle die ruimte gebruikt om een eigen politieke carrière uit te bouwen, ontstaat er competitie. In beide gevallen wordt zichtbaar hoe groot de informele macht van een first lady kan zijn.
En dat brengt me bij mijn eigen overtuiging, gevormd door jaren van observeren, lezen, luisteren en soms met tegenzin scrollen door de digitale modderpoel. Ik denk dat first ladies beter af zijn met een zachte rol. Niet onzichtbaar, niet stil, maar discreet. Een rol die niet draait om macht, maar om aanwezigheid. Een rol die niet probeert een politieke agenda te sturen, maar die ruimte laat voor de president en zijn team om dat te doen. Want zodra een first lady zich gedraagt als een politieke actor, wordt ze beoordeeld als een politieke actor, en dat is een strijd die ze nooit kan winnen zolang ze geen mandaat heeft.
Dat betekent niet dat ze geen politieke ambities mogen hebben. Integendeel: als Michelle zich kandidaat wil stellen, moet ze dat doen. Als Janja op een dag een eigen politieke rol wil opnemen, moet ze dat kunnen. Maar dan wel op het juiste moment, op de juiste manier, met de juiste legitimiteit. Niet tijdens de ambtstermijn van hun partner, wanneer hun invloed automatisch vermengd raakt met zijn macht. Niet in de schaduw van het presidentschap, maar in het licht van een eigen campagne, een eigen programma, een eigen stem.
Misschien zie ik dat verkeerd. Misschien is de rol van first lady juist bedoeld om flexibel te zijn, om te evolueren, om ruimte te bieden aan vrouwen die anders geen toegang zouden hebben tot het centrum van de macht. Maar wanneer ik kijk naar de polarisatie, naar de aanvallen, naar de verwarring, naar de schade die ontstaat wanneer first ladies zich in het politieke strijdperk begeven, dan denk ik dat die flexibiliteit meer kwaad dan goed doet.
Wat ik vooral zie, is dat Brazilië twee first ladies heeft die elk op hun manier laten zien hoe macht werkt wanneer ze niet formeel is. Macht die niet benoemd is, maar wel gevoeld. Macht die niet gekozen is, maar wel gebruikt. Macht die niet vastgelegd is, maar wel betwist. En dat maakt hun rol niet alleen interessant, maar ook gevaarlijk.
Het zou Brazilië misschien goed doen om die rol opnieuw te definiëren. Niet om vrouwen te beperken, maar om duidelijkheid te scheppen. Om te voorkomen dat persoonlijke ambities, familiedynamieken en politieke strategieën zich vermengen op een manier die de samenleving nog verder verdeelt. Om te zorgen dat wie politiek wil bedrijven dat doet met een mandaat, en wie naast de president staat dat doet met waardigheid, discretie en een gevoel voor de verantwoordelijkheid die die positie met zich meebrengt.
Dat is hoe ik het zie, vanuit mijn stoel, tussen de kranten, de sociale media, de analyses en de chaos. Misschien is het naïef, misschien is het ouderwets, maar het is in elk geval een poging om orde te zien in een landschap dat steeds meer door elkaar loopt.
Foto’s: Marcelo Camargo - Fabio Rodrigues-Pozzebom/Agência Brasil


