
Met de goedkeuring van de ‘escala’ 5×2 komt er eindelijk een einde aan de klassieke 6×1-regeling die in grote delen van Brazilië nog altijd de norm was. Het is een systeem dat zo ingebakken zat in het dagelijkse leven dat veel mensen zich nauwelijks konden voorstellen dat het ooit zou veranderen. Zes dagen werken, één dag rust: dat was nu eenmaal hoe het ging. Voor miljoenen Brazilianen betekende dat een leven waarin werk het ritme bepaalde en vrije tijd een schaars goed was. Nu wordt dat patroon doorbroken. Werknemers krijgen voortaan recht op twee rustdagen per week, en de maximale werkweek daalt geleidelijk van 44 naar 40 uur. Het is een verandering die al decennia in de lucht hing, maar nooit eerder echt van de grond kwam.
Voor werknemers is dit een duidelijke winst. Twee dagen rust per week is niet alleen een kwestie van comfort, maar ook van gezondheid, van tijd met familie, van een beetje ademruimte. Voor bedrijven is het een heel ander verhaal. Zij moeten hun dagelijkse werking herdenken. Roosters moeten worden aangepast, ploegen herschikt, en in sommige sectoren zal extra personeel nodig zijn. Grote bedrijven hebben zich hier de voorbije maanden al op voorbereid, maar voor kleine ondernemers blijft het een uitdaging. Zij werken vaak met dunne marges en weinig flexibiliteit. En dan is er het onvermijdelijke prijskaartje. Minder uren per werknemer betekent hogere kosten per geproduceerde eenheid. Iemand zal die rekening moeten betalen. In de praktijk betekent dat dat bedrijven een deel van die kosten zullen doorrekenen aan de consument. Dat is geen kritiek, maar een economische realiteit: een nieuwe arbeidsstructuur brengt altijd kosten mee, en die bewegen door de keten heen. De overgang naar de 5-dagenweek is dus tegelijk een sociale stap vooruit en een economische aanpassing. Het is een verandering die tijd vraagt, maar die nu onomkeerbaar is.
Naast deze hervorming is er nog een tweede grote verandering (alvast goedgekeurd in de Kamer) die minstens even veel impact heeft: de nieuwe regels voor MEI, het systeem voor kleine zelfstandigen dat in 2009 werd ingevoerd om mensen uit de informele sector te halen. Voor wie niet in Brazilië woont, is MEI soms een onbekende term, maar het is een van de meest gebruikte manieren om legaal te werken. Een MEI is een Microempreendedor Individual: een kleine ondernemer met een eigen CNPJ, toegang tot sociale zekerheid, pensioenopbouw en een vaste maandelijkse bijdrage die meestal rond de 90 reais ligt. Het systeem is populair omdat het eenvoudig is. Je registreert je online, kiest een activiteit, krijgt meteen een CNPJ en kunt dezelfde dag nog facturen uitschrijven. Voor veel mensen is het een manier om legaal te werken zonder de complexiteit van een groter bedrijf. Denk aan kappers, ambulante verkopers, thuisbakkers, reparateurs, freelancers, kleine dienstverleners. Ook immigranten gebruiken MEI vaak als eerste stap om hier een leven op te bouwen.
In de praktijk werkt het systeem eenvoudig: je betaalt maandelijks een vaste bijdrage, afhankelijk van je activiteit. Je mag tot een bepaald jaarlijks inkomen verdienen. Je hoeft geen ingewikkelde boekhouding te voeren. Je hebt recht op sociale zekerheid. En je kunt, als je dat wil, personeel aannemen — maar slechts één persoon. Niet iedereen kan zomaar MEI worden. Sommige beroepen zijn uitgesloten, en wie nog geen verblijfsstatus heeft, moet wachten tot de documenten in orde zijn. Het is dus een optie, maar niet altijd meteen. Voor immigranten geldt: eerst legaliseren, dan registreren.
De nieuwe wetgeving brengt twee grote veranderingen. De eerste is dat de inkomenslimiet omhoog gaat: van R$ 81.000 naar R$ 110.000 in 2027 en R$ 140.000 in 2028. Dat is een enorme sprong. Voor kleine ondernemers betekent dit dat ze kunnen groeien zonder meteen uit het MEI-regime te vallen. Voor immigranten opent het deuren: het wordt haalbaarder om een stabiel inkomen te halen binnen een legaal kader. Belangrijk is dat dit geen uitbreiding is, maar een recompositie. De limiet werd sinds 2018 niet meer aangepast, terwijl de inflatie sindsdien meer dan 50% bedroeg. De nieuwe limieten brengen het systeem dus weer in lijn met de realiteit.
De tweede verandering is de kwijtschelding van MEI-schulden. Alle schulden die tot 13 oktober 2026 geregistreerd stonden, worden geschrapt. Het gaat om miljoenen kleine ondernemers en een totaalbedrag van miljarden reais. Voor de schatkist betekent dit dat de overheid inkomsten verliest die ze anders — al dan niet — zou proberen te innen. Dat bedrag moet worden opgevangen door de volgende regering, via besparingen, andere inkomsten of de redenering dat MEI’ers die opnieuw “schoon” beginnen later meer bijdragen aan de economie. Voor de MEI’ers zelf is het een opluchting. De maandelijkse bijdrage is laag, maar veel MEI’ers leven met onregelmatige inkomsten. In maanden met weinig omzet is zelfs 90 reais een last. Anderen hebben moeite met discipline, administratie of financiële planning. Het hoge aantal schulden zegt dus zowel iets over de kwetsbaarheid van deze groep als over de nood aan betere begeleiding. Het systeem is eenvoudig, maar het leven van de mensen die erin zitten is dat vaak niet.
De maandelijkse bijdrage zelf verandert niet. Ze bestaat uit drie componenten: sociale zekerheid (5% van het minimumloon), een heffing op diensten en een heffing op handel en industrie. Aangezien het minimumloon jaarlijks stijgt, stijgt de MEI-bijdrage automatisch mee. Vandaag betaalt men ongeveer R$ 86 voor handel, R$ 90 voor diensten en R$ 91 voor gemengde activiteiten. Dat blijft zo.
En dan is er nog een derde maatregel die de laatste dagen opdook: het voorstel om gratis openbaar vervoer aan te bieden in de weekends. Dat klinkt eenvoudig, maar het is een enorme operatie. Het betekent dat miljoenen mensen zich vrij kunnen verplaatsen zonder kosten, wat vooral voor lage inkomens een groot verschil maakt. Tegelijk is het een dure maatregel, die door steden en staten moet worden gedragen. Ook hier geldt: iemand moet de rekening betalen. Maar het past in dezelfde lijn als de andere maatregelen: het leven van gewone mensen een beetje lichter maken.
De timing van al deze initiatieven valt samen met de laatste fase van de verkiezingscampagne. Het is duidelijk dat Lula hiermee een sociale agenda naar voren schuift die voor grote groepen direct voelbaar is. Je zou het kunnen omschrijven als “de Kerstman uithangen”: voordelen uitdelen die mensen opluchten en die tegelijk politieke impact hebben. Dat is geen oordeel, maar een feitelijke observatie. Sociale maatregelen hebben altijd invloed, zeker wanneer ze vlak voor een verkiezing worden ingevoerd. Wat men ervan vindt, hangt af van de bril waardoor men kijkt. Bolsonaro deed het trouwens ook (in 2022), maar verloor niettemin tegen Lula.

