Twee manieren om nat te worden
Van de Garganta do Diabo tot de hoogste glijbaan ter wereld: natuurgeweld of waterpret?
Hoog, Sammy, kijk omhoog, Sammy.
Want dan word je lekker nat…
Wie de jaren zestig bewust heeft meegemaakt, hoort Ramses Shaffy meteen weer in het hoofd. Ik moest er spontaan aan denken toen ik het nieuws vernam over Beach Park in Aquiraz, in de deelstaat Ceará. Niet dat omhoog kijken daar meteen nattigheid oplevert — het is eerder andersom: wie zich bovenaan bevindt, krijgt gegarandeerd een flinke plens.
Met “daarboven” bedoel ik de nieuwe waterglijbaan Surreal, die deze week officieel door Guinness World Records werd erkend als de hoogste ter wereld: 28 meter, twee meter hoger dan het vorige record in de VS. Een technisch hoogstandje dat je niet zomaar naast je neerlegt, zelfs al ben je — zoals ik — eerder van de natuurlijke watergeweld-school.
De Surreal is geen klassieke glijbaan. Het ding duwt je met waterstralen omhoog, omlaag, door spiralen en hellingen, alsof je in een hydraulische achtbaan zit. De eerste afdaling is meteen zeven meter, daarna volgen nog drie andere. In iets meer dan een minuut ben je beneden, met snelheden tot 42 km/u en een uitzicht dat, eerlijk is eerlijk, best indrukwekkend is.
Je doet dat in een tweepersoonsband, wat op drukke dagen lastig kan zijn voor wie alleen reist of met een oneven groepje komt. Het park heeft zelfs een fastpass ingevoerd — R$ 90 extra — wat aangeeft hoe groot de vraag is. En dat is geen toeval: de Surreal maakt deel uit van een investering van R$ 30 miljoen (€ 5.130.000), de eerste in een reeks projecten voor het 40-jarig bestaan van het park.
Ceará zet duidelijk in op toerisme. En niet alleen met glijbanen. Vorig jaar opende Arvorar, een vogelreservaat dat een heel andere toon aanslaat dan het watergeweld ernaast. Het is geen regenwoud zoals in Foz do Iguaçu, maar een zorgvuldig ontworpen, semi-natuurlijke omgeving waar je tussen de vogels wandelt zonder dat je ooit vergeet dat je in een park bent.
Arvorar begint al bijzonder, met de Portal da Jandaia, een gigantische sculptuur van de parkvogel van Ceará, gemaakt door de lokale kunstenaar Narcélio Grud. Daarna kom je in drie grote volières terecht, elk met een eigen ecosysteem en zo’n 250 dieren — vooral Braziliaanse vogels, maar ook kleine zoogdieren en reptielen. Je loopt er onder begeleiding van “educadores ambientais” (gidsen gespecialiseerd in natuur en milieu) doorheen, wat het geheel een rustige, bijna contemplatieve sfeer geeft.
Het meest verrassende is wellicht de Casa dos Passarim, een vier verdiepingen tellende “boomwoning” waar je spelenderwijs leert over vogelgedrag. Helemaal bovenaan heb je een 360° uitzicht over het park. En dan zijn er nog de “Janelas da Conservação”, waar je door glazen wanden kunt meekijken hoe dieren verzorgd worden — voeding, medische controles, verrijkingsactiviteiten. Het is educatie, maar zonder de schoolse toon.
Voor gezinnen zijn er de speelse zones Redão en Arvorão, met hangbruggen, netten, tunnels en glijbanen tussen de boomtoppen. Het is duidelijk: Arvorar mikt op families, op nieuwsgierige bezoekers, op mensen die natuur willen zien zonder modder aan hun schoenen.
En precies daar zit het verschil met het zuiden van het land.
In Iguaçu is het watergeweld een natuurkracht die al eeuwen buldert. Je staat daar en voelt je klein, nederig bijna. In Aquiraz is het watergeweld een creatie van ingenieurs, pompen en veel fantasie. Het ene is natuur, het andere is techniek. Het ene is verwondering, het andere is vermaak. En dat is prima, zolang je weet wat je zoekt.
Hetzelfde geldt voor de vogelparken. In Iguaçu wandel je door een regenwoud dat zo dicht bij echt voelt dat je vergeet dat er hekken zijn. In Aquiraz is het educatiever, gecontroleerder, meer in lijn met een pretparkervaring. Niet beter of slechter — gewoon anders, gericht op een ander publiek.
En dat brengt me bij een vraag die ik mezelf stelde toen ik de foto’s naast elkaar legde: de Garganta do Diabo, het bulderende hart van de watervallen, en de Surreal, de glijbaan die nu in het Guinness Book staat. Twee totaal verschillende manieren om nat te worden.
Voor mij blijft het antwoord eenvoudig. Ik heb mijn voorkeuren: de watervallen, het vogelpark in Iguaçu — die twee blijven voor mij onovertroffen. Maar dat nieuwe vogelpark hier in Ceará? Dat zou ik best eens willen zien. Je hoeft niet te kiezen tussen natuur en techniek; je kunt gewoon gaan kijken wat jou het meest raakt.
En voor wie toch omhoog wil kijken om nat te worden: Surreal staat klaar. Maar ik hou het bij Peter Koelewijn: je wordt ouder, papa… en sommige dingen laat je met plezier aan de jeugd over.
Foto’s: YouTube - Facebook - André Smeets





