Wanneer overleven het synoniem wordt van machtsbehoud
De evolutie van rechts tegenover de stagnatie van links.
🇬🇧 🇧🇷 🇫🇷 🇩🇪 🇪🇸 🌐 → Use your browser’s translation tool
Vanaf vandaag liggen er nog welgeteld 200 dagen voor de eerste ronde van de verkiezingen in Brazilië, op 4 oktober. De regels zijn duidelijk en streng: om in een eerste ronde meteen te winnen, moet een kandidaat meer dan 50% van de geldige stemmen behalen. Witte of ongeldige stemmen tellen niet mee, enkel stemmen op de daadwerkelijke kandidaten vormen de basis voor de 50% +1-drempel.
Voor zover bekend op dit moment, zal de strijd voornamelijk plaatsvinden tussen Lula en senator Flávio Bolsonaro, oudste zoon van de ex-president. Recente peilingen geven een voorsprong aan van 6 punten voor Lula, maar geen van beiden komt in de buurt van de 50%+1 die nodig is om een tweede ronde te vermijden, 21 dagen later, op 25 oktober. Een andere, sterke kandidaat zou dat beeld kunnen wijzigen, maar daar is vooralsnog weinig van te merken.
Het politieke toneel biedt weinig reden tot optimisme. Terwijl de wereld versnelt, lijkt de Braziliaanse politiek gevangen in een herhaling van zetten. Aan de ene kant staat een tachtigjarige president die de grip op de moderne realiteit verliest, en aan de andere kant een verdeeld rechts blok dat nog geen overtuigend antwoord heeft op de naderende economische storm.
Het grootste probleem van links is het gebrek aan een opvolger. Lula staat al decennia zelf in de weg. Zijn ego en zijn verankering in het verleden hebben de groei van nieuw talent binnen de PT effectief gesmoord. Figuren als Fernando Haddad of Camilo Santana missen de nodige uitstraling en weten zelf ook dat ze zonder de directe steun van hun leider weinig kans maken. De partijtop, met gezichten als Gleisi Hoffmann, blijft hangen in een radicalisme en een vijandigheid tegenover sociale media en technologische vernieuwing die totaal niet meer aansluit bij de huidige leefwereld. Het resultaat is een verroeste machine die meer afbreekt dan opbouwt.
Ondertussen tikt de economische tijdbom door. Recente analyses, onder meer in The Economist, wijzen op een onhoudbare situatie. De staatsschuld nadert gevaarlijke hoogtes en de pensioenlasten slokken een steeds groter deel van het PIB op. Terwijl de productiviteit stagneert, blijft de regering vasthouden aan oude recepten van overheidsuitgaven die in de huidige markt niet meer werken. Lula begrijpt de digitale economie niet en ziet internet eerder als een vijand dan als een instrument voor groei. Hij is tegelijk de redding en de vloek van de PT (Arbeiderspartij). Zijn ego en zijn enorme historische gewicht hebben de groei van nieuwe leiders verstikt. Binnen de PT is de hiërarchie zo ingericht dat iedereen in de schaduw van Lula blijft. Wie te veel straalt, wordt vaak politiek onthoofd of genegeerd.
Waarom is er nog steeds geen alternatief?
Binnen de partij zijn er welbekende namen als Fernando Haddad en ex-partijvoorzitster Gleisi Hoffmann. De eerste was de beoogde erfgenaam, maar hij draagt het stigma van het verlies in 2018. Bovendien is hij als minister van Financiën vaak de kop van jut voor zowel links (die meer uitgaven willen) als de markt die wil bezuinigen. Hij mist de populistische “touch” die Lula wel heeft, het charisma. Gleisi is strijdvaardig maar haar profiel is veel te radicaal om de noodzakelijke kiezers te overtuigen. Sommigen denken ook aan Janja Lula da Silva, de echtgenote van Lula. Er wordt vaak gespeculeerd over haar rol, maar ze heeft geen eigen electoraat en haar actieve rol in de regering wekt eerder weerstand op, zelfs binnen de eigen achterban.
En buiten de PT?
Als links wil overleven zonder Lula, moeten ze waarschijnlijk buiten de eigen partij kijken, maar dat ligt gevoelig. Simone Tebet (MDB) hield Lula in het zadel tijdens de tweede ronde in 2022. Ze is gematigd en bekwaam, maar de harde kern van de PT zal nooit accepteren dat de macht naar de MDB verschuift. En dan is er nog Guilherme Boulos (Psol). Hij heeft het charisma, maar wordt door een groot deel van de middenklasse als te extreem gezien (het “bezetter”-imago door zijn rol als leider van de MTST - Movimento dos Trabalhadores Sem-Teto - de daklozen).
Links laat het niet merken, maar laat er geen twijfel over bestaan dat dit alles hen de stuipen op hun lijf jaagt. Als Lula om gezondheidsredenen of door een plotselinge daling in populariteit wegvalt, stort het kaartenhuis in. Rechts heeft met figuren als Tarcísio of Ratinho Júnior kandidaten die klaarstaan om de “redelijke rechterkant” in te vullen, terwijl links dan moet beginnen met het opbouwen van een gezicht vanaf nul.
De grootste fout
Lula’s grootste politieke fout is niet zijn beleid, maar wel het gebrek aan successieplanning. Hij verkondigt graag dat hij 120 wil worden. Dat is hem zeker gegund, maar in een land waar de politiek zo gepersonaliseerd is, is een partij zonder opvolger een partij zonder toekomst. Zijn allergie voor sociale media en zijn verankering in een industrieel tijdperk dat allang voorbij is, maakt dat de partij de aansluiting met de jongere generatie en de moderne economie verliest. De feiten:
Economie: Er wordt voorspeld dat de schuld kan oplopen naar 95% of zelfs 99% van het PIB tegen 2030 als er niet wordt ingegrepen.
Het pensioengat: Terwijl sociale programma’s zoals Bolsa Família ongeveer $3,7\%$ van het PIB kosten, slokken de pensioenen inmiddels 10% op.
Groeiverwachting: Voor 2026 wordt slechts een magere groei van 1,6% voorspeld.
Lula’s reflex is vaak om de overheidsuitgaven te verhogen, maar met de huidige rentevoet en schuldgraad is die brandstof simpelweg op.
Overkant
Aan de overkant is de situatie niet veel rooskleuriger. Ronaldo Caiado, momenteel gouverneur van de deelstaat Goiás, is de meest actieve pre-kandidaat en stapte onlangs over naar de PSD om meer slagkracht te krijgen. Hoewel hij ervaring en een stevig profiel op veiligheid heeft, is de vraag of hij de nationale eenheid kan brengen die nodig is. Kandidaten als Zema of Ratinho Júnior blijven voorlopig steken in hun eigen regio en missen de landelijke uitstraling om een vuist te maken tegen de machine van de PT.
Zoals het er nu uitziet, wordt het een verhaal van politieke stagnatie. Brazilië staat voor een decennium van noodzakelijke, pijnlijke hervormingen, maar de politieke klasse is ofwel te oud (Lula), te radicaal (de PT-top), of te verdeeld (rechts) om die verantwoordelijkheid te dragen. Een vierde termijn voor Lula zou een laken van hetzelfde pak zijn: een beleid van pleisters plakken terwijl de fundamenten van de economie afbrokkelen.
De factor Tarcísio: De technocraat in de wachtkamer
In dit krachtenveld blijft de figuur van Tarcísio de Freitas, de huidige gouverneur van São Paulo, de grootste onbekende factor. Tarcísio, een voormalig legeringenieur die onder Dilma bij het DNIT werkte en doorbrak als de “efficiënte” minister van Infrastructuur onder Bolsonaro, geniet een reputatie van pragmatisme en uitvoeringskracht. Waar velen op rechts hem zien als de meest competitieve kandidaat om Lula te verslaan – mede door zijn sterke banden met het kapitaalkrachtige ‘Centrão’ en de financiële markt – blijft hij zelf opvallend besluiteloos. Formeel houdt hij vast aan een herverkiezing in São Paulo, maar die houding wordt door velen gezien als een strategische wachtstand. Hij weigert een openlijke breuk met de familie Bolsonaro, wetende dat hij hun achterban nodig heeft, maar schuwt tegelijkertijd de radicale retoriek die hem in een tweede ronde de stemmen van het centrum zou kunnen kosten. Mocht hij de sprong naar het Planalto-paleis toch wagen, dan verandert de dynamiek onmiddellijk: hij is de enige die zowel de diepe conservatieve wortels van het binnenland als de behoefte aan economische stabiliteit in de grote steden kan verenigen. Zijn kandidatuur zou niet alleen Lula’s herverkiezing ernstig in gevaar brengen, maar ook de hegemonie van de familie Bolsonaro binnen de rechterflank definitief kunnen beëindigen.
En wat als Flávio Bolsonaro als winnaar uit de bus komt?
Dan neemt rechts het weer over, maar met een groot verschil in vergelijk met zijn vader. Waar Jair Bolsonaro een product is van de militaire dictatuur en het Brazilië van vóór 1985 — gekenmerkt door een constante drang naar confrontatie en een nostalgie naar autoritair militair gezag — is Flávio een kind van de democratische instellingen. Als jurist begrijpt hij hoe het systeem werkt. Hij drukt zich diplomatieker uit en vermijdt de rauwe, vaak kwetsende retoriek die zijn vader typeerde. Hij hanteert de “Braziliaanse codes” van de hogere kringen beter. Last but not least zal hij zich minder of helemaal niet omringen met militairen. Terwijl zijn vader de regering volstootte met generaals, neigt Flávio meer naar technocraten en politici uit het “Centrão”. Hij zoekt macht via politieke allianties in plaats van via militaire intimidatie.
Mocht hij winnen, krijgt Brazilië waarschijnlijk een rechts bewind dat effectiever is in het Parlement, maar niet minder conservatief in de uitvoering. Flávio heeft jarenlang ervaring in de Senaat. Hij weet hoe hij deals moet sluiten. Een regering onder zijn leiding zou waarschijnlijk minder chaotisch zijn dan die van zijn vader, omdat hij de institutionele wegen bewandelt in plaats van ze voortdurend aan te vallen. Op economisch vlak is de verwachting dat hij nauwer zal samenwerken met de markt en de agrosector, zonder de ideologische grillen die investeerders onder papa soms afschrikten. Hij wordt gezien als iemand die de economische waarheid (zoals de noodzaak tot hervormingen) beter kan vertalen naar beleid. Het grootste struikelblok blijft zijn juridische bagage (zoals het dossier van de rachadinhas). Hoewel hij zich beter uitdrukt, kleeft het imago van de oude politieke praktijken nog steeds aan hem.
Je zou kunnen stellen dat Flávio de “beschaafde” versie is van het Bolsonarisme. Voor de kiezer die de koers van rechts steunt maar moe is van de constante schandalen en het geschreeuw van de vader, is de zoon een aantrekkelijk alternatief. Hij biedt de belofte van stabiliteit binnen een conservatief kader. De vraag is echter of hij de charismatische kracht van zijn vader heeft om de massa te blijven mobiliseren zonder diezelfde radicale toon aan te slaan.
Niettemin doet Lula, de Arbeiderspartij en links Brazilië in het algemeen er goed aan om niet te vergeten dat de kiezer die de koers van rechts steunt, maar moe is van de constante schandalen en het geschreeuw van Bolsonoro Senior, een aantrekkelijk alternatief zal vinden in Bolsonaro Junior met een belofte van stabiliteit in een conservatief kader. De vraag is echter of hij de charismatische kracht van zijn vader heeft om de massa te blijven mobiliseren zonder diezelfde radicale toon aan te slaan, en ook of hij erin zal slagen om het “rachadinha” verhaal van zich af te schudden.
Foto’s: Ricardo Stuckert/PR - Marcelo Camargo - Lula Marques - Rovena Rosa / Agência Brasil - Wikimedia Commons





