Wanneer de regen komt
Een persoonlijke reis door stortbuien, modderstromen en misverstanden over een land dat zich niet laat samenvatten.
It was twenty years ago today...
Neen, dit gaat niet over The Beatles en Sgt. Pepper. Maar het is wel twintig jaar geleden dat ik verzeilde in een nare situatie die ik tot op vandaag herinner alsof het gisteren gebeurde.
Het was een gewone weekdag. Ik vertrok in Duque de Caxias (randgebied Rio de Janeiro) en reed naar huis via de drukke en niet ongevaarlijke Avenida Brasil, net tijdens de spitsuren. De lucht was betrokken en het begon te regenen. Niet zomaar: het werd een stortbui. Op het moment dat ik dacht “Nou gaat het wat minderen”, gebeurde net het tegenovergestelde. Op enkele minuten tijd veranderde de bekende invalsweg in een rivier, met vies donker water dat razendsnel begon te stijgen. Het verkeer, toch al moeizaam, viel helemaal stil. Met een bonzend hart zag ik het niveau stijgen, gevaarlijk dicht bij de ruiten van het voertuig. Gelukkig merkte ik dat ik voor een concessionaris stilstond, en de oprit lag net iets hoger. Ik slaagde erin om me erop te wurmen. Een andere angst was de nabijheid van de beruchte sloppenwijk Vigário Geral. Het is immers niet ongewoon dat boeven snel gebruikmaken van een dergelijke situatie om vastgelopen automobilisten te “ontlasten” van hun bezittingen.
Ik kwam er heelhuids doorheen, weliswaar met vies water dat toch insijpelde, waardoor ik later de tapijtjes enkele dagen moest laten drogen, om nog maar te zwijgen van het vieze reukje.
Een soortgelijke ervaring had ik enkele jaren eerder, tijdens de klim naar de bergstad Petrópolis. De weg in kwestie staat bekend als de BR-040. Het specifieke gedeelte van de snelweg dat de klim door de bergen maakt, wordt de Rodovia Washington Luís genoemd. De route begint in de laagvlakte van de staat Rio de Janeiro en slingert zich via de Serra da Estrela naar een hoogte van ongeveer 800 meter. De klim is beroemd om de steile wanden en de weelderige begroeiing van het Atlantische regenwoud dat de weg omringt. Het is een van de oudste verharde bergwegen van het land en vormt de belangrijkste verbinding tussen de stad Rio de Janeiro en de regio Serrana. Het is er bijzonder mooi; zowel de klim als de afdaling zorgt voor fraaie vergezichten. Die dag had ik pech. De bijzonder hevige regen maakte het rijden zeer gevaarlijk en ik kon niet anders dan een veilig plekje zoeken en wachten tot het ergste voorbij was.
Op 23 en 24 december 2001 werd Petrópolis getroffen door een ongekende wolkbreuk. In slechts een paar uur tijd viel er meer regen dan er normaal in een hele maand naar beneden komt. Dit leidde tot enorme modderstromen en overstromingen die hele wijken op de heuvels troffen. Er vielen uiteindelijk meer dan vijftig doden in Petrópolis alleen (sommige bronnen spreken zelfs van 66 doden in de hele regio). Veel mensen raakten vermist onder het puin en de modder. De ramp van 2001 staat in het collectieve geheugen gegrift omdat ze plaatsvond tijdens Kerstmis. President Fernando Henrique Cardoso bezocht de stad destijds om de schade te overzien. Het was een van die momenten waarop de kwetsbaarheid van de historische stad in het bergland pijnlijk duidelijk werd, vooral in de armere wijken die tegen de hellingen zijn opgebouwd.
Deze week kwamen de staten Pernambuco en Paraíba opnieuw in het nieuws, om dezelfde redenen. En gedurende al die jaren werden Brazilianen, in bijna alle regio’s, opgeschrikt door dergelijke natuurrampen.
De laatste jaren lijkt Brazilië steeds vaker te beginnen met water. Niet het zachte, warme water van de oceaan dat toeristen doet dromen, maar het brute, ongenadige water dat uit de hemel valt alsof iemand boven onze hoofden een sluizencomplex heeft opengezet. In Pernambuco en Paraíba zag ik opnieuw dezelfde beelden die al zo vertrouwd zijn geworden: huizen die wegzakken in modder, mensen die met plastic zakken boven hun hoofd door bruine rivieren waden, kinderen op matrassen die als vlotten dienen. Het is een soort nationale déjà vu. Je weet dat het eraan komt, je weet dat het fout zal gaan, en toch sta je telkens weer versteld van de kracht waarmee de regen toeslaat.
En terwijl het noordoosten verdrinkt, herinnert het zuiden ons eraan dat Brazilië niet één land is maar een verzameling klimaten die elkaar soms tegenspreken. In Rio Grande do Sul, Santa Catarina en Paraná waren het geen tropische buien maar subtropische stormen, koude fronten en overstromingen die hele steden lamlegden. Bruggen verdwenen, dorpen werden eilanden, en mensen keken machteloos toe hoe hun leven in een paar uur tijd werd herschreven. Het contrast is bijna ironisch: in een land dat door buitenlanders nog altijd wordt gezien als een eeuwige zomer, is het precies de winter die het hardst toeslaat.
Dat misverstand blijft me verbazen. Voor veel Europeanen is Brazilië een soort ansichtkaart die nooit verandert: palmbomen, zon, strand, samba. Ze weten niet dat het in Curitiba kan vriezen, dat Gramado soms onder een laag sneeuw ligt, dat de hoogvlaktes van Minas koude nachten kennen die door merg en been gaan. Ze weten niet dat de dagen hier korter zijn, dat de seizoenen niet netjes in vakjes passen, dat de regen niet komt wanneer je denkt dat ze komt, en dat droogte soms toeslaat op plaatsen die op de kaart groen lijken. Brazilië is geen tropisch land. Het is een land dat zich niet laat samenvatten.
En dan is er nog de manier waarop er gebouwd wordt. In Europa is bouwen bijna een wetenschap. Je mag niet zomaar een huis neerzetten waar je zin hebt. Je moet rekening houden met risicozones, met stabiliteit, met regelgeving die soms overdreven lijkt maar uiteindelijk levens redt. Hier is dat anders. Hier groeit een wijk zoals een plant groeit: waar er ruimte is, waar iemand een muur kan optrekken, waar een helling net genoeg vlak lijkt om een huis op te zetten. De morros (heuvels) van Rio zijn daar het bekendste voorbeeld van, maar het gebeurt overal. Huizen die leunen op aarde die bij de eerste zware regen begint te schuiven. Straten die geen afwatering hebben. Rivieren die vergeten zijn dat ze ooit breder waren en dat nu opeisen.
In São Paulo, de grootste stad van Latijns-Amerika, is het niet anders. Daar zijn overstromingen bijna een seizoen op zich. Je leert er dat regen niet gewoon regen is, maar een gebeurtenis die je dag kan bepalen.
De vraag waar het echt veilig is, is moeilijk te beantwoorden. Er zijn plekken die minder risico lopen, dat wel. Hooggelegen wijken met goede infrastructuur, kustgebieden waar het water weg kan, steden die plannen hebben en ze soms zelfs uitvoeren. Maar het land verandert. De regen wordt intenser, de droogte wordt droger, de stormen worden sterker. Wat vandaag veilig lijkt, kan morgen kwetsbaar worden. En wie investeert in landbouw of vastgoed moet dat weten. Je kunt een fortuin verliezen door te geloven dat het klimaat hier voorspelbaar is. Dat is het niet. Het is grillig, veranderlijk en steeds minder vergevingsgezind. Indien u zich Brazilië voorstelt als een tropisch land, met palmbomen, gouden stranden en een stralende zon die je binnen de kortste tijd een mooie bruine tint bezorgt, dan klopt dat maar deels. Dergelijk beeld is in werkelijkheid een misverstand, een “misconception” zoals u, samen met vele andere misverstanden, kan vinden op de gelijknamige pagina. Het is een misleidend cliché. Door de grote afmetingen kan het klimaat erg verschillen, zowel volgens de seizoenen als de regio’s in kwestie. Er bestaat geen zekerheid. Dat wordt snel duidelijk als je op een zonnige dag plots toch terechtkomt in een situatie als het eerder beschreven voorval op de Avenida Brasil. Wie op dat moment in een leuk hotel verblijft in Copacabana, zal er weinig last van hebben. Maar dat is een minderheid.
In een land waar regen soms verandert in een muur van water en waar wegen in een paar minuten kunnen verdwijnen onder een bruine stroom, moet je anders leren denken. In Europa koopt men een hoge wagen of een 4x4 vaak omwille van het comfort, of omdat het mooi staat op de oprit. Hier is dat geen luxe. Hier kan het het verschil maken tussen thuiskomen of vast komen te zitten op een plek waar je beter niet stilstaat. Ik heb het zelf meer dan eens meegemaakt. Een voertuig dat wat hoger staat, dat tegen een stootje kan, is geen statussymbool maar een vorm van gezond verstand.
En dan is er nog de nieuwe vraag van deze tijd: wat doe je met elektrische wagens in gebieden waar water soms tot aan de ramen komt, waar modderstromen kabels blootleggen en waar de stroomvoorziening niet altijd meewerkt. Het zijn vragen die men in Europa nauwelijks stelt, maar die hier plots heel concreet worden. Het toont hoe weinig zekerheden er bestaan in een land dat zo groot is dat het zijn eigen regels volgt.
Daarom kan ik onmogelijk alle adviezen opsommen. Daarvoor bestaan mijn andere bijdragen, de vele verhalen die ik eerder schreef, de pagina’s vol uitleg in twee talen. Maar als er één ding is dat ik heb geleerd in al die jaren, dan is het dit: wie in Brazilië wil leven, reizen of investeren, moet voorbereid zijn op het onverwachte. Het klimaat is geen achtergronddecor. Het is een speler in het verhaal. En als Link2Brazil kan helpen om dat verhaal iets duidelijker te maken, dan is mijn opdracht geslaagd.
Foto’s: Prefeitura Rio de Janeiro - Valter Campanato - Tânia Rêgo/Agência Brasil - RS/Fotos Públicas - André Smeets







I was always frightened about getting stuck near Duque de Caxias when I lived in Rio state (between Angra and Paraty) in the early 1980s. One Sunday I was driving back home from Rio when a cloudburst hit--it came and went quickly, but I was stuck with my little VW Brasília surrounded by water almost to the floorboards. I knew people would come soon to rob me if I didn't get out of there. A bus drove by and I floored it, stuck on the bus's bumper with the wake like a boat on the sides. When I made it out of the flooded area I passed the bus, and a bunch of guys leaned out the windows hooting and applauding. That was good, since so often when they saw a blonde female driving alone they yelled, "Motorista de fogão!" ("You should be driving a stove!)